Maatregel 6.1: we vragen van woningcorporaties aandacht voor kwetsbare doelgroepen in de sociale huur
Woningcorporaties investeren in de leefbaarheid in de buurten waar zij huurwoningen hebben staan. Met de invoering van de Woningwet zijn de mogelijkheden voor woningcorporaties om te investeren in leefbaarheidsprojecten beperkt. In Achtkarspelen is de inzet van woningcorporaties gericht op het signaleren van wat er in de wijk, buurt en dorp bij huurders leeft. Bij problemen leggen medewerkers van de corporaties persoonlijk contact en zijn zij het vaste gezicht. Zij bemiddelen bij overlast en hebben een signalerende rol waar het kwetsbare huurders betreft. De wijkconsulenten, buurtbeheerders en onderhoudsmedewerkers van de woningcorporaties zijn daarmee ‘de ogen en oren in de wijk’.
Overlast tussen buren of in de buurt bepaalt in grote mate de leefbaarheid. De overlast bestaat onder andere uit conflicten tussen buren, mensen met psychische problemen die voor onrust zorgen en problematiek rondom verslaving en hennepteelt. De wijkconsulent en de buurtbeheerder hebben een grote rol in het handhaven bij overlast. Waar nodig doet de wijkconsulent van de corporatie een melding bij het gebiedsteam en/of schakelt ketenpartners in –ieder vanuit de eigen taak en verantwoordelijkheid – om escalatie te voorkomen.
Intensieve samenwerking met zorg- en welzijnspartijen en het gebiedsteam is daarbij belangrijk. In de jaarlijkse prestatieafspraken concretiseren gemeente, corporaties en huurders de exacte inzet van de corporaties op het vlak van de leefbaarheid. Wettelijke richtlijn is een maximuminzet van € 126 per woning per jaar.
Maatregel 6.2: gemeenten en woningcorporaties stemmen planning en inhoud van voorgenomen groot onderhoudsprojecten (m.b.t. woning en woonomgeving) op elkaar af.
Om de fysieke woon- en woonomgevingskwaliteit op orde te houden voeren gemeente en woningcorporaties periodiek onderhoud uit. In het verleden is het wel eens voorgekomen dat kort na elkaar in dezelfde buurt meerdere grote onderhoudsprojecten werden uitgevoerd. Bijvoorbeeld eerst groot onderhoud aan het wooncomplex door de woningcorporatie, gevolgd door wegwerkzaamheden in dezelfde straat. Dit leidt soms tot onnodig veel overlast voor de bewoners. Daarom willen gemeente en woningcorporaties intensiever met elkaar afstemmen over de voorgenomen grote onderhoudsprojecten. Daarbij gaat het enerzijds om de planning (voornemen is om zoveel mogelijk gelijktijdig woningen en woonomgeving op te knappen, om de overlast voor omwonenden te beperken) en anderzijds om als partijen samen op te trekken in deze projecten, daar waar dat nog niet gebeurt. Bijvoorbeeld het doorgeven van signalen als sociale problematiek aan het licht komt. Om het doorgeven van signalen mogelijk te maken, gaan we de mogelijkheid onderzoeken om een AVG-convenant tussen betrokken maatschappelijke partijen op te stellen.
Maatregel 6.3: op locaties waar sociale woningbouw wordt geherstructureerd, hebben we speciale aandacht voor de leefbaarheid (vast te leggen in een sociaal plan).
Plannen waarbij sociale huurwoningen worden geherstructureerd zorgen voor een kwalitatief betere woningvoorraad. Echter, dit proces heeft veel impact op de huurders die het betreft en het zorgt vaak voor een tijdelijke verslechtering van de leefbaarheid. Soms komt het voor er een lange periode zit tussen de sloopaankondiging en de start van de nieuwbouw. Soms is dat ook nodig vanwege de voorbereidingstijd, maar soms kan dat ook sneller.
We willen met corporaties zoeken naar mogelijkheden om de impact op de leefbaarheid te minimaliseren, en daarbij wijkvernieuwingsurgenten voldoende tijd en gelegenheid geven om alternatieve woonruimte te vinden. Vanuit de Woningwet is het verplicht voor corporaties om -in afstemming met gemeente en huurders- een sociaal plan op te stellen in het geval van ingrijpende werkzaamheden.
In dit sociaal plan moet ook worden opgenomen hoe nadelige effecten voor de fysieke en sociale leefbaarheid tot een minimum beperkt kunnen worden. Dit is een taak die primair bij onze woningcorporaties ligt.
Maatregel 6.4: we faciliteren initiatieven vanuit de dorpen die bijdragen aan leefbaarheid
In zowel dorpen met veel voorzieningen als de kleinere dorpen zien we dat het draagvlak voor voorzieningen en verenigingen afneemt. Dat komt deels door macro-economische ontwikkelingen (internetwinkelen, schaalvergroting, toenemende mobiliteit) maar ook door de vergrijzing.
Samen met onze inwoners willen we daarom kijken naar andere mogelijkheden om de vitaliteit van kernen te behouden, ook als het aantal voorzieningen afneemt. Zo zijn er landelijk verschillende goede voorbeelden van dorpshuizen of buurtwinkels die door inzet van bewoners zelf (soms in combinatie met een commerciële partij of ondersteuning vanuit de gemeente) draaiende worden gehouden. Voor deze initiatieven staat de gemeente uiteraard open en wil, daar waar dat binnen ons vermogen ligt, ook graag faciliteren. Daarbij kijken we uiteraard ook naar wat we kunnen leren van goede initiatieven die elders in de provincie op dit vlak ontstaan.
Maatregel 6.5: we faciliteren herbestemming van leegstaande (winkel)panden naar wooneenheden
Daar waar het niet langer mogelijk is om winkels of andere voorzieningen levensvatbaar te houden, willen we kijken naar herbestemming van leegstaande panden. In de eerste plaats kijken we daarbij naar karakteristieke panden op beeldbepalende locaties. Bij voldoende vraag willen we een herbestemming naar woonruimte faciliteren. Dit geldt niet alleen voor onze kleinere kernen, maar ook voor de voorzieningenkernen. Bij de dorpen waar we een centrumvisie hebben opgesteld, houden we rekening met de uitgangspunten die daar in staan. Daarnaast streven we bij het herbestemmen naar wonen naar voldoende woonkwaliteit, wat bijvoorbeeld betekent dat woningen voldoende binding met het openbaar gebied dienen te hebben. Ook hierbij geldt dat we sturen op het toevoegen van seniorgeschikte woningen.
Maatregel 6.6: we voorzien in de behoefte aan woonwagenstandplaatsen
Een specifieke woningbehoefte wordt gevormd door de vraag naar standplaatsen voor woonwagens. Momenteel is er één woonwagenlocatie in de gemeente Achtkarspelen, bestaande uit 11 standplaatsen. In de afgelopen jaren zijn geen verzoeken ingediend ter uitbreiding van het aantal plaatsen. Wij gaan er daarom van uit dat de huidige mogelijkheden voorzien in de behoefte en dat deze de komende jaren stabiel blijft. Mochten er toch vragen komen dan beoordelen wij dit naar redelijkheid en billijkheid.
Artikel 5
Streven naar leefbare dorpen
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Achtkarspelen houdende regels omtrent de woonvisie