1. Als uitstel van betaling of een betalingsregeling om welke reden dan ook niet plaatsvindt, is de belanghebbende van rechtswege in verzuim na afloop van de in het terugvorderingsbesluit genoemde periode van 6 weken.
2. Indien ambtshalve dan wel op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan, wordt uitstel van betaling of een betalingsregeling verleend.
3. Aan het verleende uitstel of betalingsregeling wordt de voorwaarde verbonden dat belanghebbende, voor zover hij beschikt over aflossingscapaciteit, deze aflossingscapaciteit aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld.
4. Het besluit tot uitstel of de betalingsregeling wordt ingetrokken indien
a. de belanghebbende de voorwaarden verbonden aan het besluit niet nakomt
b. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
5. Door het college wordt geen medewerking verleend aan een betalingsregeling indien een vordering is ontstaan door het niet of niet behoorlijke nakomen door de belanghebbende van de verplichting, bedoeld in artikel 17 lid 1 en 2 van de Participatiewet en artikel 13 lid 1 en 2 van de IOAW 2015 en de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet Suwi , en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet of niet behoorlijk nakomen van die verplichtingen aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.
HOOFDSTUK 3
Artikel 12.
Uitstel van betaling en een betalingsregeling
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal Participatiewet, IOAW (2015) en IOAZ Gemeente Geertruidenberg 2021