Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 14.

Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal Participatiewet, IOAW (2015) en IOAZ Gemeente Geertruidenberg 2021

1. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit wordt bij beëindiging of intrekking van de uitkering gedurende zes maanden na de verzenddatum van dit beëindigings- of intrekkingsbesluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de uitkeringsperiode. 2. Na afloop van de termijn genoemd in het eerste lid wordt de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit opnieuw vastgesteld. 3. Er wordt afgezien van het opleggen van een gewijzigde betalingsverplichting indien het nieuwe aflossingsbedrag minder dan 10% afwijkt van de eerder vastgestelde aflossingsverplichting of als de vordering binnen 18 maanden in zijn geheel afgelost zal zijn. 4. Indien de belanghebbende aan een heronderzoek, met als doel het vaststellen van zijn aflossingscapaciteit, geen medewerking verleent, behoudt het college zich het recht voor om de aflossingsverplichting ambtshalve vast te stellen en op te leggen, dan wel om tot invordering van de totale openstaande vordering over te gaan. 5. Het besluit tot wijziging of handhaving van de eerder opgelegde betalingsverplichting, wordt belanghebbende bij beschikking medegedeeld. 6. In het geval van een gewijzigde betalingsverplichting wordt deze opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op die van de beschikking.

Rechtspraak bij dit artikel