Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten:
Overtollige financiële middelen moeten en mogen uitsluitend bij de Nederlandse Staat worden uitgezet. Hiervoor zijn twee uitzonderingsbepalingen opgenomen:
A. Gerekend over een kwartaal mag een drempelbedrag (gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal) op dagbasis buiten de schatkist van het Rijk gehouden worden;
B. Het uitlenen van (tijdelijk- of structureel) overtollige middelen tussen decentrale overheden onderling is toegestaan onder voorwaarden van:
a) De leningen worden verstrekt voor de publieke taak;
b) Er is tussen de decentrale overheden geen sprake van een toezichthouderrelatie.
Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist;
Het is niet toegestaan gelden aan te trekken met het enkele doel de middelen tegen een hoger rendement uit te zetten;
Tijdelijk overtollige gelden van aangetrokken leningen voor projectfinanciering worden bij de Nederlandse Staat onder gebracht.