Naar hoofdinhoud
Voor de kosten van het opsporen en ruimen van OO kan vanuit de centrale overheid een bijdrage (suppletie) worden verstrekt via het Ministerie BZK. Als gevolg van het aanpassen van de Rijksbijdrageregeling is het vanaf 1 januari 2015 mogelijk om een bijdrage van 70% vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten van de opsporing, benaderen en het faciliteren van onschadelijk maken van OO te ontvangen, hierna "de Bommenregeling". Deze regeling loopt via het Ministerie van BZK waarbij de bijdragen worden verstrekt via het Gemeentefonds. De kosten die voor vergoeding vanuit de suppletieregeling in aanmerking komen zijn samengevat en als richtlijn toegevoegd als bijlage 2. Gemeentelijk beleid Om gebruik te kunnen maken van de Bommenregeling dient de gemeenteraad hiertoe in ieder specifiek geval een raadsbesluit te nemen. Er wordt jaarlijkse één raadsvoorstel gemaakt van alle verzoeken die bij de gemeenten binnenkomen. De gemeente krijgt een aanvullende bijdrage uit het gemeentefonds van 70% van de hiervoor in aanmerking komende projectkosten. De overige 30% kosten voor het opsporen, benaderen en faciliteren van het vernietigen van OO zal door de gemeente zelf gefinancierd moeten worden. Er kan, als gevolg van de wijze van financiering door middel van een bijdrage bij het gemeentefonds, alleen door de gemeente een beroep worden gedaan op het verkrijgen van een uitkering uit het Gemeentefonds voor de gemaakte kosten op gebied van opsporing, benadering en ruiming van conventionele explosieven. De controle op de legitimiteit van de in te dienen kosten bij het ministerie van BZK is door de rijksoverheid neergelegd bij de gemeenteraad. Particuliere en commerciële ontwikkelaars en overheidsinstanties Indien ook particuliere of commerciële ontwikkelaars of overheidsinstanties (anders dan de gemeente) in aanmerking willen komen voor de een bijdrage (suppletie) uit de rijksbijdrageregeling kan dit enkel door het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente. Risico's ten gevolge van het tot uitwerking komen van OO beperken zich immers niet tot de arbeidsveiligheid op de planlocatie. Ook de openbare orde en veiligheid kan hierbij in het geding zijn. Daarom wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de aanvrager en de gemeente. Na het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst en het indienen van de werkelijk gemaakte kosten voor het opsporen en onschadelijk maken van de OO besluit de gemeenteraad om deze kosten in te dienen voor de aanvraag van een rijksbijdrage bij het ministerie van BZK. In de samenwerkingsovereenkomst wordt verder vastgelegd dat: de aanvrager aansprakelijk is voor alle (financiële) consequenties betreffende de opsporing, de benadering en het faciliteren van de ruiming van ontplofbare oorlogsresten; de Bommenregeling financieel eindig is zodat door de gemeente geen garantie wordt gegeven op het verkrijgen van de bijdrage van het ministerie van BZK; via de Bommenregeling maximaal 70% van de hiervoor in aanmerking komende kosten kunnen worden vergoed; de aanvrager verantwoordelijk is voor het aandragen van de benodigde bescheiden en het inzichtelijk maken van de kosten, gespecificeerd per kostensoort die voor vergoeding in aanmerking komt; het vooronderzoek OO dient te worden uitgevoerd en het projectplan met beheersmaatregelen te worden opgesteld door een hiertoe gecertificeerd bedrijf; de gemeente de bijdrage uitkeert aan de aanvrager nadat deze ook daadwerkelijk door de gemeente is ontvangen uit het Gemeentefonds. De gemeente betaalt dus niet meer dan de ontvangen bijdrage en niet eerder dan dat deze daadwerkelijk ontvangen is; de niet voor vergoeding in aanmerking komende kosten evenals de resterende 30% blijven volledig voor rekening en risico van de aanvrager. Op basis van de Bommenregeling is het thans mogelijk dat particuliere en commerciële initiatieven tot maximaal 70% van de hiervoor in aanmerking komende kosten vergoed krijgen. Door vaststelling van deze beleidsnota wordt het kader gesteld waarbinnen deze tegemoetkoming in de kosten mogelijk wordt gemaakt. In het kader van de dienstverlening kunnen initiatiefnemers een voorschot krijgen op de suppletie-uitkering. Deze regeling geldt alleen voor particulieren met een max. bedrag van € 5.000 per aanvraag. Samenvattend is de werkwijze als volgt: Degene die een tegemoetkoming wil van de kosten van het onderzoek naar OO dient een officieel verzoek in bij de gemeente; Tussen de gemeente en de aanvrager wordt een overeenkomst opgesteld; Het college maakt jaarlijks een raadsvoorstel met alle verzoeken; De gemeenteraad bepaalt welke kosten ingediend worden voor de aanvraag bij het ministerie van BZK en controleert hierbij op de legitimiteit; Bedrijven en particulieren worden actief op de hoogte gebracht van de mogelijkheid tot suppletie-uitkering, ook zet de gemeente zich in voor zowel particulieren als bedrijven om gebruik te kunnen maken van de suppletie-uitkering.

Rechtspraak bij dit artikel