Naar hoofdinhoud
1.. Een gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van daartoe strekkende besluiten van het gemeentebestuur. De uittreding vindt, behoudens door het algemeen bestuur toe te stane afwijkingen, plaats op 1 januari van het tweede jaar volgend op dat, waarin deze besluiten zijn opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27, leden 1 en 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2.. Het gemeentebestuur van de uittredende gemeente kan in de in lid 1 bedoelde besluiten bepalen dat de overdracht van bevoegdheden aan het algemeen bestuur van de GGD ZL ingevolge artikel 3 met onmiddellijke ingang of met ingang van enige datum voor die waarop de uittreding plaatsvindt, geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken. 3.. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van uittreding. Daarbij worden de financiële verplichtingen van de uittredende gemeente ten opzichte van de GGD ZL bepaald. 4.. De uittredende gemeente blijft in elk geval aansprakelijk voor alle schulden en de overige verplichtingen van de GGD ZL op het tijdstip van uittreden, zulks in verhouding van de verdeling van de bijdragen als bedoeld in artikel 27, lid 2 en naar de toestand van 1 januari van het jaar van uittreding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel