1.. Het college beoordeelt de aanvraag aan de hand van de volgende toetsingscriteria (zie bijlage 1 voor een uitgebreidere toelichting):

  • - duurzaamheidsimpact: impact van het project of de activiteiten in Amersfoort op het vlak van energietransitie en/of circulariteit, duurzaamheidsdoelstellingen zoals genoemd in artikel 2, en de potentiele impact van het project bij opschaling (maximaal 50 punten);
  • - vraaggestuurd: het project is vraaggestuurd opgezet, vanuit betrokkenheid van inwoners, gebruikers of toekomstige klanten in Amersfoort (maximaal 10 punten);
  • - samenwerking: in het project werken verschillende partijen met elkaar samen. Hierbij wordt voor elke samenwerkingspartner inzichtelijk gemaakt welke bijdrage deze partner zal leveren aan het project. Op basis van de relevante werkervaring van de aanvrager, projectleider en samenwerkingspartners is het aannemelijk dat het beoogde resultaat wordt behaald (maximaal 10 punten);
  • - innovatie: het project/de activiteiten is/zijn innovatief en vernieuwend, hiertoe is het helder gepositioneerd ten opzichte van andere initiatieven met een vergelijkbare doelstelling (maximaal 10 punten);
  • - kwaliteit van het projectplan: het projectplan geeft op heldere wijze inzicht in de uitwerking van het project, is realistisch begroot, heeft een realistische tijdplanning, en geeft voldoende inzicht in de werkwijze (maximaal 10 punten);
  • - businesscase voor opschaling: in het projectplan is de mogelijke business case opgenomen. Hierbij is de (markt)potentie helder in beeld gebracht, inclusief de afnemers van het product. Op welke wijze wordt in de nabije toekomst inkomsten gegenereerd, waar liggen nog risico’s en op welke wijze kunnen deze risico’s worden beheerst (maximaal 10 punten).

2.. Het beoordelen van de aanvragen gebeurt in twee rondes:

  • - bij de eerste ronde worden de aanvragen schriftelijk beoordeeld. Indien de aanvraag voldoet aan het minimum 30 van de 50 punten voor het toetsingscriterium duurzaamheidsimpact (artikel 11, lid 1, a) en 4 van de 10 punten per overige toetsingscriteria (artikel 11, lid 1 b-f) dan wordt de aanvrager uitgenodigd voor de volgende ronde, een pitch voor de adviescommissie;
  • - in de tweede ronde moeten de aanvragers pitchen voor de adviescommissie en vindt er een vraaggesprek plaats. Op grond van de door de aanvrager verduidelijkte informatie tijdens de Pitch en het vraaggesprek kunnen de aanvankelijk toegekende scores naar boven worden bijgesteld door de Adviescommissie.

3.. Het college stelt vast of de aanvraag na de pitch voldoende of onvoldoende scoort om opgenomen te worden in de rangorde (in totaal minimaal 60 van de 100 punten).

4.. Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking op de toetsingscriteria genoemd in artikel 10 lid 1, totdat het subsidieplafond is bereikt, of er nog een restbedrag overblijft dat lager is dan het aangevraagde bedrag van de eerstvolgende aanvrager in de rangorde.

5.. Indien er twee aanvragen eenzelfde rangorde hebben en het subsidieplafond het niet toelaat om beide aanvragen goed te keuren zal er worden geloot.