In aanvulling op artikel 10 van de ASV verstrekt het college geen subsidie voor:
- - kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag;
- - kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen;
- - kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidieerd;
- - verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten;
- - kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;
- - legeskosten indien de aanvrager een bestuursorgaan is;
- - kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de opbrengsten die met de activiteiten verband houden;
- - kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen;
- - kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager;
- - kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten;
- - kosten van in natura geleverde diensten en goederen;
- - kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;
- - fooien, geschenken, gratificaties en bonussen;
- - kosten voor representatie, personeelsactiviteiten, overboekingen, annuleringen en outplacementtrajecten;
- - kosten betaald aan vrijwilligers, met uitzondering van vergoedingen voor werkelijk gemaakte onkosten;
- - marketing en PR-kosten.