Naar hoofdinhoud
In principe gaat een andere wet voor op de Jeugdwet. Het college hoeft dus geen jeugdhulp te verstrekken als de jeugdige gebruik kan maken van een andere wet (art. 1.2 eerste lid van de wet). Er kunnen meerdere oorzaken zijn voor de problemen van de jeugdige op grond waarvan hij hulp kan krijgen uit andere wetten (zie §4.3 en §4.4). In bijzondere gevallen gaat de Jeugdwet voor op andere wetten om onduidelijkheid voor de jeugdige te voorkomen. Het college beoordeelt ook of de jeugdige in aanmerking kan komen voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Is dat het geval dan zal de jeugdige, zijn ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger daar een aanvraag voor moeten indienen bij het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). Dat neemt overigens niet weg dat (de verstrekte) jeugdhulp niet naast de Wlz mogelijk is. Dat is het geval als de ondersteuning niet door de Wlz wordt geboden en voor de jeugdige wel noodzakelijk is (RBZWB:2017:4537). Denk hierbij met name aan opvoedondersteuning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel