Voor informatie en advies rondom zorgvragen kan de inwoner op de website www.zorgvraagheerde.nl compacte, lokale informatie vinden.
Is dit niet toereikend dan kan de inwoner bellen met het telefoonteam van Zorgvraag Heerde. Het vragen van informatie en advies is geen melding in de zin van de Jeugdwet of Wmo. Van een melding is pas sprake als de inwoner aangeeft dat hij behoefte heeft aan ondersteuning in zijn zelfredzaamheid of participatie.
Toegang jeugdhulp
De gemeentelijke toegang tot jeugdhulp gaat via het CJG. Deze bestaat uit de volgende functies:
De gezinscoaches, die samen met de hulpvrager en zijn omgeving de ondersteuningsvraag verhelderen en de meest passende ondersteuning inzetten of zelf bieden.
De orthopedagogen, die meedenken bij ondersteuningsvragen en beslissingen inhoudelijk toetsen.
Daarnaast is toegang tot jeugdhulp mogelijk via de huisarts, medisch specialist, jeugdarts, rechter of gecertificeerde instelling.
Toegang maatschappelijke ondersteuning
Inwoners kunnen voor alle sociaal maatschappelijk informatie en vragen terecht bij het Centrum 0-100+ (jeugdzaken, werk en inkomen en voorzieningen voor mensen met een beperking). De vorming van het Centrum 0-100+ wordt in de loop van 2021 gerealiseerd.
Het is een laagdrempelig inloopcentrum waar iedereen binnen kan lopen voor ontmoeting, activiteiten, samenzijn en een kopje koffie. Wanneer de vraag van de inwoner verder gaat dan informatie en advies kan hij/zij een melding doen van zijn ondersteuningsvraag. Een melding is vormvrij en kan schriftelijk, telefonisch, digitaal of in persoon gedaan worden.
De melding kan door de inwoner zelf gedaan worden, maar ook namens de inwoner door diens partner, een vertegenwoordiger of gemachtigde. Wanneer een signaal wordt afgegeven door een zorgverlener zal altijd contact worden opgenomen met de inwoner of een vertegenwoordiger van de inwoner.
NB: de Jeugdwet volgt de procedure volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wmo heeft in de wet een afwijkende procedure vastgelegd. Dit betekent bij de Wmo dat er pas na het onderzoek sprake is van een aanvraag en bij de Jeugdwet dat een melding als aanvraag beschouwd moet worden.
Verwijzers
Meldingen voor jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning kunnen gedaan worden door de inwoner zelf (en zijn/haar ouders), (zorg)organisaties, cliëntadviseurs, school, werk, politie, kerken, verenigingen, maatschappelijke organisaties (zoals de Plu), de vrijwilligersorganisatie, algemene voorzieningen, een medisch specialist, een jeugdarts, de rechter of een gecertificeerde instelling.
Veiligheid
Veiligheid is een belangrijk thema wanneer het gaat over het op maat ondersteunen van inwoners. Het CJG maakt gebruik van een veiligheidscheck wanneer er signalen zijn van een onveilige situatie. Hierbij maken ze gebruik van het Licht Instrument Risicotaxatie Kind veiligheid (LIRIK) van het Nederlands Jeugd instituut. Dit instrument helpt om te beoordelen of er sprake is van huiselijk geweld, fysieke en mentale kindermishandeling of veiligheidsrisico’s zoals verwaarlozing. Vanaf 1 januari 2019 moeten gemeenten gebruik maken van de aangescherpte meldcode bij de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet.
Het doorlopen van de meldcode zorgt voor een weloverwogen besluit of er een officiële melding gedaan moet worden bij Veilig Thuis. In de meldcode wordt onderscheid gemaakt tussen het afgeven van een signaal en het doen van een melding. Signalen zijn eerste vermoedens van gemeld en kindermishandeling die aangekaart worden bij een professional. Deze professional doet secuur onderzoek om te bepalen of de signalen gegrond zijn (stap 1 t/m 4). Hierin wordt de inwoner betrokken. Voor de stappen 4 en 5 is er een gemeentelijk afwegingskader opgesteld dat als leidraad dient voor de gespreksvoerders. Ieder besluit tot melding in het kader van de meldcode wordt daarmee goed onderbouwd en gedocumenteerd.
Het is van belang dat in stap 5 beide beslissingen worden genomen, in de volgorde zoals beschreven in de figuur. Een gespreksvoerder vraagt zich eerst af of melden bij Veilig Thuis noodzakelijk is, aan de hand van de uitkomsten van stap 4 over de mate van ernst van de gesignaleerde (dreiging van) huiselijk geweld of kindermishandeling en het afwegingskader. De gemeente heeft twee aandachts- functionarissen: Huiselijk Geweld (volwassenen) en Kindermishandeling (jeugd). Deze aandachtsfunctionarissen beschikken over extra kennis over dit onderwerp en houden trends en ontwikkelingen op dit gebied in de gaten. Daarnaast zijn ze verantwoordelijk voor het verspreiden van kennis van de meldcode en monitoren ze het gebruik hiervan. Vermoedens worden door medewerkers altijd met de één van de aandachtsfunctionarissen besproken. Vervolgens besluit de signalerende medewerker (samen met de aandachtsfunctionaris) of het bieden van hulp tot de mogelijkheden van zowel deze medewerker als de betrokkenen behoort. Wanneer melden volgens het afwegingskader noodzakelijk is, zal de tweede vraag over eventuele hulp en aan welke voorwaarden deze moet voldoen, in overleg met Veilig Thuis beantwoord worden.
Het gemeentelijk afwegingskader ziet er schematisch als volgt uit:
Daarbij is het belangrijk te vermelden dat het doen van een melding bij Veilig Thuis niet betekent dat een gespreksvoerder “tekortschiet” in het bieden van hulp. Het betekent ook niet dat Veilig Thuis per definitie een onderzoek start of de hulpverlening overneemt. Het betekent wel dat een gespreksvoerder ernstige, acute en/of structurele onveiligheid vermoedt en dat de kans op herhaald slachtofferschap dermate realistisch is, dat het vanuit een oogpunt van professioneel handelen noodzakelijk is om te melden bij Veilig Thuis. Dit stelt Veilig Thuis in staat om toekomstige signalen of signalen uit andere bronnen te combineren en zo een compleet beeld te realiseren van de veiligheid van een persoon of gezin.
Onafhankelijke belangenbehartiging
De Jeugdwet verplicht gemeenten tot het beschikbaar stellen van een onafhankelijke vertrouwenspersoon voor inwoners die ondersteuning ontvangen vanuit de Jeugdwet. De Wmo verplicht gemeenten tot het inrichten van de functie onafhankelijke cliëntondersteuner voor het gehele sociale domein, dus ook voor inwoners die ondersteuning ontvangen vanuit de Jeugdwet. Dit betekent dat zowel cliëntondersteuners als vertrouwenspersonen informatie en advies kunnen geven aan inwoners die vragen hebben over de jeugdhulp.
Vertrouwenspersoon
Een vertrouwenspersoon is iemand die jeugdigen, ouders of pleegouders op hun verzoek ondersteunt in het contact met de gemeente, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling en/of Veilig Thuis.
De vertrouwenspersoon wordt meestal pas benaderd als er al hulp is en daar vragen, problemen of klachten over ontstaan. De vertrouwenspersoon ondersteunt een inwoner bij het bespreekbaar maken van de vragen, problemen of klachten en daarover helderheid te krijgen. Als dit is opgelost, dan stopt ook de ondersteuning van de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon ondersteunt dus niet bij inhoudelijke hulpverleningsgesprekken, maar enkel bij vraag/klachtgesprekken. Voor de Wmo is er bij de gemeente Heerde een knelpuntencoördinator die de functie van vertrouwenspersoon op zich neemt.
Het AKJ voert in opdracht van alle gemeenten, verenigd in de VNG, het onafhankelijk vertrouwenswerk voor de Jeugdwet uit. Het AKJ heeft geen cliëntondersteuners in dienst.
Cliëntondersteuning en cliëntadvies
Cliëntondersteuners zijn onafhankelijk en niet in dienst van de gemeente. De gemeente koopt onafhankelijke cliëntondersteuning in voor inwoners die hulp van een onafhankelijk persoon willen bij het doorlopen van het meld- en aanvraagproces. Cliëntadviseurs zijn wel in dienst van de gemeente. Zij doen de eerste vraagverheldering en beoordeling of er een Wmo melding nodig is. Ook geven zij informatie over voorliggende voorzieningen, sociale kaart en de procedure voor het indienen van een aanvraag.
In het contact (telefonisch en/of schriftelijk) dat voorafgaat aan het gesprek tussen de inwoner en de gespreksvoerder wordt hij gewezen op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning.
Zowel de onafhankelijk cliëntondersteuner als de cliëntadviseur kijken naar integraliteit van dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.
Naast of in plaats van (onafhankelijke) de cliëntondersteuner mag de inwoner zich laten ondersteunen door iemand van zijn keuze. Dit kan een mantelzorger zijn, partner of familielid, maar ook een vrijwilliger of iemand van de kerk. De eigen voorkeur van de inwoner staat voorop.
Heerde heeft professionele onafhankelijke cliëntondersteuning en de opleiding van vrijwillige cliëntondersteuners ingekocht.
De professionele onafhankelijke cliëntondersteuners kunnen de volgende activiteiten uitvoeren:
Voorbereiding op gesprek met gemeente
In de wet is opgenomen dat de inwoner voorafgaand aan het gesprek een plan mag overhandigen aan de gemeente. Voor Jeugd wordt de term ‘gezinsplan’ gehanteerd en voor Wmo wordt de term ‘persoonlijk plan’ gehanteerd. Het indienen van het plan kan tot en met 7 dagen na de melding bij de gemeente. In het persoonlijk plan beschrijft de inwoner de aspecten waar ondersteuning bij nodig is. Ook beschrijft hij daarin welke oplossingen hij voor zijn problemen ziet.
Als een inwoner bij het plannen van het gesprek bij de gespreksvoerder aangeeft dat hij een gezins- of persoonlijk plan wil indienen, stuurt de gespreksvoerder het format van het persoonlijk plan of gezinsplan mee. Dit format kan de inwoner ondersteunen bij het opstellen van het plan. Ook is het bij Jeugd mogelijk om ondersteuning aan te vragen bij het maken van het plan. Volgens de wet mag de inwoner zelf kiezen uit het brede scala aan beschikbare zelfregie instrumenten. Het indienen van een plan is niet verplicht.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Toegang
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2021 (deel 1)