Naar hoofdinhoud
De oplossingsfase bestaat uit één of meer gesprekken met een gespreksvoerder van het Centrum 0-100+ (CJG, maatschappelijke ondersteuning en/of werk en inkomen). In deze gesprekken wordt de situatie van de inwoner volledig in beeld gebracht. Nagegaan wordt wat de verschillende aspecten van de ondersteuningsvraag zijn. De gemeente maakt hierbij gebruik van een ondersteunend instrument om de volledige situatie van de inwoner in beeld te brengen. Een voorbeeld hiervan is de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). Dit instrument brengt de vraag en de mate van zelfredzaamheid van de cliënt in kaart Het CJG gebruikt de oplossingsgerichte vragen die worden gesteld in het plan van aanpak/gezinsplan. Daarnaast kan indien dit verheldering geeft de ZRM of de ZRM voor jongeren worden gebruikt. Het is nadrukkelijk de bedoeling om in goed overleg met de inwoner te zoeken naar oplossingen voor problemen die de inwoner ervaart. In sommige situaties is het volledig in beeld brengen van de situatie niet noodzakelijk. Dit is het geval als de situatie van de inwoner voldoende bekend is en/of het een enkelvoudige aanvraag voor een voorziening betreft. In overleg en met toestemming van de inwoner wordt dan afgezien van een volledig onderzoek en/of gesprek. Afwegingskader Voor alle maatwerk- en individuele voorzieningen bestaat een gelijkluidend afwegingskader. Vanuit dit afwegingskader beoordeelt de gespreksvoerder in hoeverre de eigen kracht en het eigen netwerk, voorliggende voorzieningen of wetgeving en algemene voorzieningen kunnen leiden tot het verminderen of het wegnemen van de beperkingen. Dit betekent dat elke hulpvraag vanuit dezelfde methodiek wordt benaderd. Persoonskenmerken, behoeften en voorkeuren van de inwoner spelen altijd een nadrukkelijke rol binnen het onderzoek. Ogenschijnlijk gelijksoortig aanvragen kunnen gelet op de omstandigheden waarin de inwoner verkeert leiden tot verschillende oplossingen. Het afwegingskader is opgenomen in paragraaf 1.4. Hieronder volgt verdere uitwerking van het algemene afwegingskader. Eigen kracht en eigen netwerk Onder eigen kracht worden de mogelijkheden verstaan die mensen hebben om hun leven zo in te richten dat zij hun problemen bij zelfredzaamheid of ondersteuning zelf verminderen of voorkomen. Iedere inwoner is primair zelf verantwoordelijk voor zijn eigen leven en daarmee voor de eigen zelfredzaamheid en participatie. De inwoner wordt gestimuleerd om zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Hierbij wordt van de inwoner gevraagd dat hij ook gebruik maakt van de mogelijkheden in zijn omgeving. Hieronder valt het beroep op familie of mensen uit zijn of haar sociaal netwerk. Hulp uit het sociaal netwerk is niet afdwingbaar, maar er kan wel onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn. Eigen kracht betekent ook dat de inwoner bereid is dingen uit te proberen en stappen te zetten die niet direct zijn/haar eerste voorkeur hebben. Wat de eigen kracht inhoudt is voor elke situatie anders en vraagt een individuele afweging, afhankelijk van de persoonlijke situatie. Lukt het niet op eigen kracht of met hulp uit het sociaal netwerk voldoende zelfredzaam te worden of voldoende te participeren, dan kan een inwoner een beroep doen op door de overheid georganiseerde ondersteuning. Deze ondersteuning is erop gericht dat hij/zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Aanvullende onderzoeksvragen voor bepalen eigen kracht Is de ouder (of het sociale netwerk) in staat om de hulp die nodig is te bieden? Leidt het bieden van de hulp door de ouder (of het sociale netwerk) tot overbelasting? Ontstaan er financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder (of het sociale netwerk) wordt geboden? Mantelzorgcompliment Een belangrijke vorm van gebruikmaken van het eigen netwerk is het ontvangen van hulp van een mantelzorger. De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers daarom periodiek met een mantelzorgcompliment (zie bijlage 10). Voorliggende voorzieningen Er zijn twee soorten voorliggende voorzieningen: voorzieningen vanuit voorliggende wetgeving en gebruikelijke voorzieningen. Deze twee soorten worden apart van elkaar besproken in deze sectie. Voorliggende wettelijke voorzieningen Een voorliggende wettelijke voorziening is een voorziening die op grond van een andere wet dan de Jeugdwet of de Wmo kan worden verstrekt. Deze voorzieningen noemen we 'voorliggend' omdat ze voorrang hebben op voorzieningen uit de Jeugdwet of de Wmo. De bewijslast ligt daarbij bij de gemeente; die moet aantonen dat er inderdaad sprake is van een voorliggende voorziening. Er is pas sprake van een voorliggende voorziening als de inwoner ook daadwerkelijk aanspraak kan maken op die voorziening doordat hij voldoet aan de daarvoor opgestelde regels. De voorliggende wet moet dus inderdaad mogelijkheden bieden. Van de inwoner kan dan worden verwacht dat hij gebruik maakt van die voorliggende voorziening. Van een voorliggende voorziening is geen sprake als vaststaat dat de inwoner daar niet voor in aanmerking komt. Voorbeelden van veelvoorkomende voorliggende voorzieningen zijn aanspraken op verstrekkingen op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Gebruikelijke (voorliggende) voorzieningen Bij gebruikelijke (voorliggende) voorzieningen gaat het om producten of diensten die de inwoner kunnen helpen bij zelfredzaamheid en participatie en die algemeen verkrijgbaar zijn, of toegankelijk zijn met een lichte toegangstoets. Voorzieningen of producten die gebruikelijk zijn, komen niet voor verstrekking in aanmerking. Het gaat hier om voorzieningen die naar de geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruikspatroon van de aanvrager behoren. De beoordeling wat in het betreffende geval als gebruikelijk wordt beschouwd, vindt plaats op basis van jurisprudentie en maatschappelijke ontwikkelingen. Uit jurisprudentie blijkt bijvoorbeeld dat hogere bedragen niet als algemeen gebruikelijk bestempeld kunnen worden, maar goedkopere zaken als fietsen met trapondersteuning, boodschappendiensten en maaltijdservices wel. (4) (Zie uitspraak, ECLI:NL:CRVB:2019:3535, waarin een badkamerrenovatie van 6.500 euro als niet-gebruikelijk wordt gezien, uitspraak ECLI:NL:CRVB:2007:BA1949 over trapondersteuning, uitspraak ECLI:NL:CRVB:2012:BY3938 over boodschappendiensten en uitspraak ECLI:NL:CRVB:2018:2182 over maaltijdservices). Dit staat echter los van de eigen verantwoordelijkheid die een reguliere wooncarrière met zich meebrengt (zoals beschreven onder het kopje ” Tegemoetkoming meerkosten voor de verhuiskosten”in bijlage 4.4). Ook is vanuit de jurisprudentie duidelijk dat elke situatie individueel moet worden beoordeeld en niet standaard kan worden uitgegaan van gebruikelijk. Algemene voorzieningen en algemeen- en vrij toegankelijke voorzieningen Algemene voorzieningen of algemeen toegankelijke voorzieningen zijn alle voorzieningen in de gemeente, waar de gemeente op de een of andere manier een bijdrage in levert; in financiële zin of anderszins (bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van ruimte en faciliteiten). Voor meer informatie over algemene of algemeen toegankelijke voorzieningen zie paragraaf 5.2 van deze nadere regels. Bovenstaande opsommingen definitie van “algemene of algemeen toegankelijke voorzieningen” verschilt van de definitie “algemeen gebruikelijk” in de verordening Wmo en Jeugd gemeente Heerde 2020. De definitie in de verordening wordt in 2022 aangepast naar bovenstaande opsomming en definitie, tot die tijd mag bovenstaande definitie voor (algemeen) gebruikelijke/toegankelijke voorzieningen aangehouden worden. Externe partijen Soms is de situatie van een inwoner zo complex dat de gespreksvoerder van de gemeente extra advies nodig heeft om samen met de inwoner een goed ondersteuningsplan op te stellen. Wanneer dit aan de orde is zal de medewerker zich (medisch of bouwkundig) laten adviseren door een door de gemeente gecontracteerde en voor de situatie gekwalificeerde adviseur. Gewenste resultaat Wanneer wordt besloten tot inzet van een individuele- of maatwerkvoorziening wordt het gewenste resultaat geformuleerd door de inwoner in samenspraak met de gespreksvoerder. Dit gewenste resultaat wordt vastgelegd in een plan van aanpak of ondersteuningsplan.

Rechtspraak bij dit artikel