Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1.

Vragen om hulp, kan op verschillende manieren [Jeugdwet, Wmo]

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent het sociaal domein (Verordening Sociaal Domein Zeist 2020)

Inwoners die hulp nodig hebben kunnen zich melden bij de gemeente. De inwoner kan deze melding op de volgende manieren doen: Digitaal, via het formulier op www.zeist.nl. of via e-mail; Door binnen te lopen bij diverse inloop spreekuren; Telefonisch; Schriftelijk Informatie over actuele contactgegevens, zoals e-mailadres, telefoonnummer of adres, is te vinden op de website van de gemeente Zeist. 2.1.1 Doel en procedure [Jeugdwet, Wmo] Het doel van de melding is om de vraag met de inwoner te bespreken en te onderzoeken of er hulp nodig is. De gemeente bevestigt een melding binnen 10 werkdagen per brief, e-mail of telefonisch aan de inwoner en nodigt de inwoner daarbij uit voor een gesprek. In die uitnodiging maakt de gemeente duidelijk waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan. Ook geeft de gemeente de mogelijkheid om gratis gebruik te maken van een onafhankelijk persoon die bijvoorbeeld bij het gesprek aanwezig kan zijn (onafhankelijk cliëntondersteuner). De inwoner heeft de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen waarin hij uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn vraag (persoonlijk plan/ familiegroepsplan). 2.1.2 Gegevens die nodig zijn [Jeugdwet, Wmo] De gemeente verzamelt met toestemming van de inwoner alle gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het onderzoeken van de ondersteuningsvraag. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens zo snel mogelijk te leveren of vraagt de gemeente deze met toestemming van de inwoner op bij de betreffende bron. Stap 2: Gesprek na de melding [Jeugdwet, Wmo] 2.2 Uitnodiging voor gesprek Een inwoner die zich heeft gemeld bij de gemeente, krijgt een uitnodiging voor een gesprek met een medewerker van de gemeente. Het gesprek kan telefonisch plaatsvinden als dat voor beide partijen voldoende is. Daarnaast kan het gesprek in de wijk of bij de inwoner thuis plaats vinden. 2.2.1 Doel en procedure gesprek [Jeugdwet, Wmo] Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de persoonlijke situatie van de inwoner, wat de hulpvraag precies inhoudt en wat de inwoner met de hulp wil bereiken. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als de inwoner dat wil, kan hij iemand (bijvoorbeeld een familielid) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn. De inwoner kan ook altijd een onafhankelijk cliëntondersteuner, zoals een medewerker van MEE of iemand van een patiëntenvereniging, een vakbond of ouderenbond, inschakelen. Bijvoorbeeld als ondersteuning bij het formuleren van de hulpvraag. De medewerker neemt ook de inbreng van de onafhankelijk cliëntondersteuner mee. 2.2.2 Inhoud gesprek [Jeugdwet, Wmo] De medewerker bespreekt met de inwoner wat hij met de hulp wil bereiken. In dit gesprek onderzoekt de medewerker: de behoefte van de inwoner: wat is de hulpvraag? welke problemen de inwoner ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, het zich kunnen handhaven in de samenleving of bij het opgroeien en ontwikkelen van een jeugdige wat er nodig is om de problemen op te lossen de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? de omgeving van de inwoner: welke hulp kunnen huisgenoten, het sociale netwerk en/of maatschappelijke organisaties bieden? De voorkeuren van de inwoner. De medewerker informeert de inwoner over de mogelijkheden van de gemeente om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren. Ook informeert de medewerker de inwoner over de mogelijkheden die er zijn om te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb) of zorg in natura. De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag. De medewerker informeert de inwoner over het betalen van een eigen bijdrage voor bepaalde soorten hulp. Als de inwoner mantelzorg krijgt wordt de mantelzorger actief betrokken bij de procedure en verkent de gemeente of er maatregelen genomen moeten worden om de mantelzorger te ondersteunen. 2.2.3 Verslag Na het gesprek en eventueel aanvullend onderzoek stuurt de medewerker de inwoner een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. Dit verslag wordt ook wel plan van aanpak genoemd. Uit het verslag blijkt wat de inwoner wil bereiken en hoe dat behaald kan worden (plan van aanpak). Daarbij wordt gekeken naar de korte en naar de lange termijn. De inwoner ondertekent het verslag en stuurt het ondertekende verslag terug aan de gemeente. Als de inwoner het niet eens is met het verslag, kan hij dat daarop aangeven en het voor gezien ondertekenen. 4. Als de inwoner en de medewerker tijdens het gesprek samen vaststellen welke voorziening er nodig is, kan het voorkomen dat het plan van aanpak ter plekke wordt geschreven en ondertekent. Stap 3: Verdere aanpak na aanvraag

Rechtspraak bij dit artikel