6.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo]
In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo of de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan.
Voor de Wmo geldt dat de inwoner kan motiveren dat hij de hulp als PGB wenst; voor de Jeugdwet geldt dat de inwoner kan motiveren dat hij de hulp in natura niet passend acht in deze individuele situatie.
De inwoner die zelf hulp wil inkopen door middel van een pgb, maakt een plan voor de inzet en besteding van het pgb. Dit heet een budgetplan. Hierin staat onder meer wie de eventuele vertegenwoordiger is, welk tarief is afgesproken, hoeveel uren, dagdelen of etmalen zijn afgesproken, welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. Het budgetplan sluit aan bij het plan van aanpak. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen.
De hulp moet veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Dat betekent dat formele pgb-aanbieders minimaal:
ingeschreven staan in het Handelsregister;
beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken;
een bij de start van de ondersteuning geldige VOG van de directe zorgverlener(s) kunnen overleggen;
met de budgethouder of zijn vertegenwoordiger periodiek in een evaluatiegesprek bespreken of doelen worden behaald of dat moet worden bijgestuurd. En dit schriftelijk vastleggen.
De gemeente kent een pgb pas toe als zij vindt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet pgb bekwaam zijn. Dit wil zeggen dat hij de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren. De pgb bekwaamheid wordt onder andere getoetst met behulp van de 10-punten pgb-vaardigheid zoals opgesteld door het ministerie van VWS.
Van een vertegenwoordiger wordt verwacht dat hij de taken die bij het beheren van een pgb horen op een verantwoorde manier uitvoert. Daarvoor is in ieder geval nodig dat:
hij niet de uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht en geen financiële relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de situatie van de inwoner, de vorm van de ingekochte ondersteuning en de manier waarop de besteding van het pgb wordt verantwoord, volgens de gemeente passend is;
de vertegenwoordiger voldoende aanspreekbaar is, tijd heeft om het pgb te beheren en zicht heeft op de situatie van de inwoner die hij vertegenwoordigt.
De gemeente vraagt aan de inwoner en zijn vertegenwoordiger een schriftelijke machtiging en verklaring waarin het beheer van het pgb op een verantwoorde manier wordt geregeld.
Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:
kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
het voeren van een pgb-administratie;
ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb administratie;
contributie voor lidmaatschap van een belangenorganisatie;
kosten voor het volgen van een cursus door de hulpverlener of informatiemateriaal voor de hulpverlener;
kosten voor het opnemen van verlof;
kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s); en
reiskosten.
De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties:
De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. Een pgb kan alleen met terugwerkende kracht worden toegekend als achteraf kan worden vastgesteld dat de hulp nodig was, dat de hulp ook geboden is en dat de inwoner daarvoor heeft betaald of nog moet betalen.
Uit het door de inwoner ingediende budgetplan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. De hulp moet in ieder geval veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Uit het budgetplan moet duidelijk blijken dat de hulp wordt geleverd zoals beschreven in het plan van aanpak en dat de geboden hulp aansluit bij de vraag.
Als er sprake is van een spoedeisende situatie en/of als er sprake is van drang en dwang
Als er sprake is van andere zwaarwegende omstandigheden. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een ziektebeeld waardoor de situatie van de inwoner in korte tijd erg verandert. En de aangevraagde voorziening zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen moet worden, dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een pgb. In zulke situaties zal met de inwoner besproken worden wat het best passend is.
Voor de inzet van Bemoeizorg.
Bij verblijf in het buitenland, tenzij het nodig is om de ondersteuning bij een tijdelijk verblijf in het buitenland voort te zetten als dit bijdraagt aan de zelfredzaamheid en/of participatie van de inwoner als hij weer thuis (in Nederland) is.
Als de hulp of ondersteuning die door één persoon geleverd wordt, meer bedraagt dan 36 uur per week. Bij het vaststellen of deze 36 uur per week overschreden wordt, kunnen alle betaalde werkzaamheden worden meegewogen, en ook de hoeveelheid ondersteuning die deze persoon, al dan niet via een pgb, levert aan andere personen of gezinsleden;
Een betaling uit het pgb wordt altijd gedaan op basis van de werkelijk ingezette zorg per uur, dagdeel of etmaal. Alleen voor natuurlijke personen kan hier in specifieke situaties van worden afgeweken.
6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo]
De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarde:
Deze persoon heeft met goede argumenten aangegeven dat hij door het geven van de hulp niet overbelast raakt. Ook is deze persoon aantoonbaar in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken.
Hulp door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien.
Het is niet toegestaan om via een pgb de ondersteuningsvorm behandeling of dagbesteding in te kopen uit het sociale netwerk.
6.3.3 Hoogte en tarief pgb [Jeugdwet, Wmo]
De gemeente baseert de hoogte van het pgb op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende, cliëntgerichte en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen.
De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat product. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de offerte. Er geldt wel een maximumbedrag. Bij een product is dat het bedrag dat de gemeente zou betalen aan de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten (hulp in natura-tarief). Bij een dienst is het maximumbedrag een percentage van het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de hulp die nodig is/ van het hulp in natura-tarief. Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet.
Naast een maximumbedrag geldt voor een dienst ook een minimumbedrag. Het minimumbedrag is het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek.
Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten.
De gemeente maakt de maximale tarieven voor pgb bekend via de website van de gemeente en het CJG Zeist.
Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp.
Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed-of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of
personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel (ZZP). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
Als het om Jeugdhulp gaat dan geldt aanvullend op lid 7 onder a en b: personen die onder toezicht staan van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van Jeugdhulp.
Informele hulp:
Als de hulp geboden wordt door een bloed-of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp.
Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 7 onder a, b of c, is sprake van informele hulp.
De hoogte van het pgb voor formele hulp geleverd door personen zoals beschreven in artikel 6.3.3, lid 7 sub a en b, bedraagt maximaal 90% van het tarief dat de gemeente zou betalen voor de hulp die nodig is (hulp in natura-tarief).
De hoogte van het pgb voor formele hulp geleverd door een Zelfstandige zonder personeel (ZZP) zoals genoemd in artikel 6.3.3, lid 7 sub c bedraagt maximaal 75% van het hulp in natura-tarief. Uitzondering hierop is de j-ggz, hier is de hoogte van het pgb altijd 90% van het hulp in natura-tarief. De reden daarvoor is dat er in de inkoop aparte tarieven zijn voor j-ggz producenten voor zzp-ers en j-ggz producenten voor instellingen.
De hoogte van het pgb voor informele hulp is gebaseerd op het tarief bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals, en is niet minder dan het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek. Dit geldt voor hulp die per uur wordt vergoed. Voor hulp die per dagdeel of etmaal wordt vergoed, wordt maximaal 50% vergoed van het hulp in natura-tarief.
Voor hulp bij huishouden is de hoogte van het pgb-tarief voor informele hulp 60% van het ZIN tarief.
De hoogte van het pgb voor vervoer van en naar de dagbesteding bedraagt 100% van het hulp in natura-tarief.
Als het pgb aan het einde van het jaar niet helemaal is besteed, kan de budgethouder aanspraak maken op een vrij besteedbaar bedrag van maximaal € 250. Hiervoor hoeven geen declaraties ingediend te worden.
Voor de berekening van de maximumbedragen zoals die beschreven zijn in lid 9 tot en met 11, geldt dat hier in uitzonderingssituaties en beargumenteerd van afgeweken kan worden tot maximaal het tarief voor zorg in natura. Dit geldt alleen als aannemelijk gemaakt kan worden dat de genoemde percentages niet toereikend zijn om zorg in te kopen en er geen alternatieven zijn.
Als de inwoner die hulp-op -maat in de vorm van een pgb krijgt, overlijdt, kan de hulpverlener in aanmerking komen voor een eenmalige uitkering. De eenmalige uitkering staat gelijk aan de gemiddelde vergoeding voor een maand. Om de gemiddelde vergoeding te berekenen wordt gekeken naar de uitbetaalde vergoeding over de laatste drie volle kalendermaanden waarin de hulp verleend is. Er wordt alleen uitbetaald voor zover er nog voldoende budget beschikbaar is.
6.3.4 Verantwoording pgb [Jeugdwet, Wmo]
De gemeente zal de inwoner één of meerdere keren per jaar vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen.
De inwoner die hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, registreert de uren die door de zorgverlener zijn ingezet. De gemeente kan om inzage vragen.
Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is. Alleen voor natuurlijke personen kan gekozen worden voor betaling van een vast bedrag per periode.
6.3.5 Opschorten pgb [Jeugdwet, Wmo]
De gemeente kan aan de Sociale verzekeringsbank vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als:
de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente;
de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; of
de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3