De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten van het gebruik van algemene voorzieningen, behalve voor cliëntondersteuning. De gemeente kan in een nadere regeling bepalen wat de hoogte van deze eigen bijdrage is per soort algemene voorziening.
De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat, zolang de inwoner gebruikmaakt van die hulp of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De kostprijs van hulp-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.
Lid 2 is niet van toepassing op Wmo-hulp op maat in de vorm van een voorziening voor collectief (openbaar) vervoer (kortingspas). Voor het gebruik van het collectief (openbaar) vervoer wordt een bijdrage per rit gevraagd. De hoogte van de bijdrage is te vergelijken met de kosten die iemand maakt bij gebruik van regulier openbaar vervoer. Deze bijdrage kan jaarlijks worden aangepast.
Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.
De inwoner betaalt geen bijdrage in de kosten:
voor een rolstoel en het onderhoud daarvan;
voor een inwoner die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van woningaanpassingen;
voor de inzet van bemoeizorg;
voor de inzet van begeleiding als sprake is van de zogenaamde ‘waakvlamzorg’. De begeleiding is dan niet wekelijks nodig voor een aaneengesloten periode, maar slechts op incidentele momenten en op afroep, om terugval te voorkomen.
voor de inzet van kortdurend verblijf / logeerzorg
voor de inzet van collectieve (woon)voorzieningen of voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van een wooncomplex
als de gemeente verwacht dat het opleggen van een bijdrage kan leiden tot een ongewenste situatie. Hiervoor kan advies gevraagd worden door de gemeente aan andere organisaties, zoals de Sociaal Raadslieden.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4