Naar hoofdinhoud
In de Wmo 2015 vormt het gesprek (het onderzoek) de basis voor de toekenning. Als een diagnose ontbreekt – omdat de cliënt zorg mijdt – kan begeleiding worden ingezet “bij een sterk vermoeden van” (op basis van het advies van het expertteam). De begeleiding heeft dan tot doel de situatie te stabiliseren of in ieder geval niet te laten verergeren en is er op gericht de cliënt te bewegen richting zorg/behandeling. De toekenning is dan doorgaans van korte duur (maximaal 1 jaar). 7.3.1Voorliggende voorziening: behandeling Alvorens maatwerk begeleiding te verstrekken is het van belang dat wordt onderzocht wat demogelijkheden van behandeling zijn. De stelregel hierbij is dat als verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden) nog mogelijk is, eerst behandeling wordt ingezet. Het is uiteraard niet aan de Wmo consulent om dit te bepalen. Hiervoor wordt een medisch adviseur (onafhankelijk arts) ingeschakeld. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld een ergotherapeut, psycholoog, specialist ouderengeneeskunde of in een revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reuma-centrum, centrum voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel).Behandeling is gericht op: het verbeteren van de aandoening/stoornis en vermindering van de beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek. De diagnose is niet leidend, maar een diagnose is doorgaans wel vereist om behandeling in te kunnen zetten en om te bepalen hoe maatwerk begeleiding de behandeling eventueel kan ondersteunen/versterken (en niet contra- productief is). Maatwerk begeleiding kan wel worden ingezet om de tijdens behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of te consolideren. Soms kunnen maatwerkbegeleiding en behandeling ook tegelijkertijd worden ingezet. Uiteraard dient er hierover een goede afstemming tussen behandelaar en begeleider plaats te vinden.

Rechtspraak bij dit artikel