Beperkingen
Bij maatwerk begeleiding onderscheiden we de mate (zwaarte) van de beperkingen om te bepalen wat binnen het eigen netwerk of met voorliggende voorzieningen kan worden opgelost en waarvoor maatwerkvoorzieningen nodig zijn. We gaan hierbij uit van de regel “zo zwaar als nodig, zo licht als mogelijk”.
lichte beperkingen;
matige beperkingen;
zware beperkingen.
In de Wmo is het uitgangspunt dat in alle gevallen eerst de mogelijkheden van het eigen netwerk, voorliggende en/of algemene voorzieningen worden onderzocht. De verwachting is echter wel dat bij met name de matige en zware beperkingen maatwerkvoorzieningen nodig zijn.
Resultaatgebieden
De maatwerkvoorziening begeleiding is gericht op:
het begeleiden van de cliënt bij zijn verslechterende zelfredzaamheid en/of participatie; of
het stabiliseren van de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt; of
het verbeteren van de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt.
De door de aanbieder te verrichten activiteiten vallen binnen de volgende resultaatsgebieden:
ondersteunen bij en opbouwen van sociaal netwerk cliënt;
ondersteunen van de thuisadministratie;
ondersteuning bij arbeidsparticipatie/dagbesteding;
ondersteuning bij zelfzorg;
persoonlijk functioneren;
mantelzorgondersteuning.
Resultaatgebied: ondersteuning bij en het opbouwen van sociaal netwerk cliënt
cliënt heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol;
cliënt is in staat een beroep te doen op personen in zijn/haar sociaal netwerk;
cliënt kan de eigen problematiek in relatie tot het sociale netwerk hanteren;
bij bemoeizorg: cliënt staat open voor opbouw sociaal netwerk;
bij bemoeizorg en geïsoleerde cliënten zonder een sociaal netwerk is het resultaat ‘cliënt heeft een gezond sociaal netwerk’ een brug te ver; het gaat hier om het opbouwen van een sociaal netwerk met als achterliggende doelstelling mensen uit isolement of uit ‘verkeerde/foute sociale omgeving’ te halen; bij bemoeizorg is op die wijze afname van overlast en hanteerbaar gedrag beoogd;
het sociale netwerk van de cliënt levert een positieve bijdrage aan diens zelfredzaamheid en participatie.
Resultaatgebied: Ondersteunen van de thuisadministratie
overzicht van de administratie/administratie op orde;
tijdige betaling van rekeningen;
inkomsten en uitgaven in balans;
als aanwezig beheersbaar maken van de schulden problematiek (en als mogelijk in relatie tot de inkomsten: vermindering van de schuldenlast).
Resultaatgebied: Ondersteuning bij arbeidsparticipatie/dagbesteding
cliënt heeft een zinvolle (verplichte) dagbesteding;
cliënt heeft onbetaald werk met ondersteuning;
cliënt heeft onbetaald werk zonder ondersteuning;
cliënt heeft betaald werk met ondersteuning;
cliënt heeft betaald werk zonder ondersteuning;
mantelzorger is ontlast.
Resultaatgebied: Ondersteuning bij zelfzorg
cliënt is in staat zich zelf te verzorgen;
cliënt draagt schone kleding;
cliënt ziet er verzorgd uit;
cliënt komt afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) na.
Persoonlijk functioneren
cliënt brengt structuur aan en voert regie over de dagelijkse bezigheden, regelt zelf en neemt besluiten, plant en voert taken uit;
cliënt accepteert zijn beperkingen en kan hiermee omgaan;
cliënt maakt gebruik van het eigen probleemoplossend vermogen;
cliënt heeft een gezond voedingspatroon en voldoende dagelijkse beweging;
cliënt gaat op een verantwoorde manier om met alcohol, drugs en gamen;
bij bemoeizorg: cliënt accepteert contact met hulpverlener, staat open voor reguliere behandeling/ondersteuning en is trouw aan de behandeling.
Mantelzorgondersteuning
mantelzorger is niet overbelast;
mantelzorger kan omgaan met de gevolgen van aandoening, stoornis of beperking van de cliënt;
mantelzorger kent eigen competenties en mogelijkheden en de grenzen daaraan.
Genoemde resultaatgebieden staan nader beschreven in een bijlage bij de Deelovereenkomst Maatwerkvoorziening Begeleiding, die onderdeel uitmaakt van de inkoopcontracten die met de aanbieders worden afgesloten (zie bijlage).
Hoofdstuk 6
Artikel 7.4