1. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ”Beleidsregel Terugvordering bijstand/uitkering 2021 gemeente Almelo”.

2. Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking, de Beleidsregel Terugvordering bijstand/uitkering 2016 wordt tegelijkertijd ingetrokken. Artikel 3 is daarbij vooralsnog alleen van toepassing voor nieuwe gevallen. Voor bestaande gevallen wordt het aflossingsbedrag in het jaar 2021 aangepast overeenkomstig deze beleidsregel.

Aldus op 2 februari 2021 vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo

De gemeentesecretaris De burgemeester

Toelichting Beleidsregel Terugvordering bijstand/uitkering 2021 gemeente Almelo

Deze beleidsregel is de opvolger van ‘Beleidsregel Terugvordering bijstand/uitkering 2016’. Deze beleidsregel kwam tot stand om invulling te geven aan een tweetal wijzigingen in wetgeving:

Bbz-2004

De eerste wetswijziging betreft het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004)

Tot 2020 was terugvordering in het Bbz 2004 een verplichting voor de gemeente. Per januari 2020 is dit gewijzigd in zogenaamde ‘kan bepalingen’ Ook zijn een aantal terugvorderingsbepalingen uit het Bbz 2004 gehaald omdat daarvoor de artikelen vanuit de Participatiewet (PW) gebruikt kunnen worden. In deze nieuwe beleidsregel is de voor 1 januari 2020 bestaande uitvoeringspraktijk van daadwerkelijk terugvorderen, die in 2020 werd gecontinueerd ook als zijnde het gemeentelijke beleid vastgelegd in artikel 1 van deze beleidsregel.

Vereenvoudiging beslagvrije voet

Per 1 januari 2021 is (nieuwe) wetgeving aangaande de vereenvoudiging van de beslagvrije voet van kracht. Hoewel in 2020 nog het vertrekpunt gold dat de beslagvrije voet minimaal 90% van de bijstandsnorm bedraagt, kwam het bij een precieze berekening waarbij rekening wordt gehouden met de hoogte woonkosten en ziektekosten veelal neer op om en nabij 95% van de bijstandsnorm. Overeenkomstig de wens van het ministerie van SZW is in de uitvoeringspraktijk al in 2020 voorgesorteerd op de ophanden staande verandering en in beginsel uitgegaan van 5% van de bijstandsnorm als aflossingscapaciteit.

In deze beleidsregel is artikel 3 gewijzigd ten opzichte van de voorganger van deze beleidsregel.

Toelichting artikelsgewijs