Naar hoofdinhoud
2.1 Doel warmteplan Het warmteplan is een instrument waarmee de gemeente sturing kan geven aan het realiseren van een collectief warmtenet in een gebied. Het warmteplan beoogt de volgende doelen te bereiken: Het realiseren van een warmtevoorziening die voldoet aan een hoge mate van energiezuinigheid en milieuprestatie. Het zorgen voor voldoende aansluitingen zodat het collectieve warmtesysteem financieel rendabel is te exploiteren. Het definiëren/vastleggen van de criteria waaraan een gelijkwaardig alternatief moet voldoen. In dit warmteplan wordt voor een gebied vastgelegd dat er warmte en koude geleverd wordt door een distributienet1Bouwbesluit art. 1.1: Gedefinieerd als een ‘collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater’. Dit kan zowel een stadsverwarmingssysteem als een ‘klein’ wijk- of buurtverwarmingssysteem zijn. Ook het distributiesysteem van een warmte-koude opslagsysteem en blokverwarming vallen onder deze definitie. Onder ‘collectief’ wordt verstaan ‘ten dienste van verschillende percelen functionerend’ (kamerstukken II 2011/12 32757,nr.47 p3) en verder welke mate van elke energiezuinigheid (EOR) en welke milieuprestatie (uitstoot CO2, fijnstof, stikstof en geluid) hiermee gerealiseerd wordt. Als een duurzaam alternatief gelijkwaardig of beter scoort op de criteria die opgenomen zijn in het warmteplan, dan wordt door het bevoegd gezag ontheffing verleend van de aansluitplicht. Bouwbesluit 2012 art 1.1. ‘Warmteplan: besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen’ 2.2 Geldigheid warmteplan Het warmteplan bevat de begrenzing van het gebied en het geplande aantal aansluitingen op het warmtenet waarvoor het warmteplan geldt. Met het warmteplan geldt een aansluitplicht op de collectieve warmte- en koudevoorziening. Hierop zijn enkele uitzonderingen. De warmteaansluitplicht vervalt indien: het bouwwerk via een collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) gerealiseerd wordt; het geplande aantal aansluitingen is bereikt op het moment van indienen van de aanvraag van de omgevingsvergunning; de periode van geldigheid van het plan is verlopen (maximaal 10 jaar na ingang van het warmteplan); de afstand van het bouwwerk tot het distributienet groter is dan 40 meter én de kosten van aansluiting bovendien hoger zijn dan als de aansluitafstand maximaal 40 meter was geweest; er op basis van gelijkwaardigheid een vrijstelling van de aansluitplicht wordt verleend. Deze voorwaarden zijn niet cumulatief. Voldoening aan één voorwaarde is voldoende voor uitzondering van de aansluitplicht. In bijlage II is de werkwijze ontheffing aansluitplicht opgenomen. 2.3 Criteria: mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu Voor de beoordeling van de mate van energiezuinigheid neemt het warmteplan de energieprestatie van de voorziening voor de levering van warmte en koude2Ook koude wordt als laag temperatuur warmte gezien en is integraal onderdeel van het systeem als uitgangspunt. De referentiesituatie (bij aansluiting op de warmte / koudevoorziening) wordt dan vervolgens vergeleken met de mogelijke alternatieve voorziening. Hierbij worden de volgende primaire energiestromen betrokken: Opwekking van de warmte voor ruimteverwarming Opwekking van de warmte voor warmtapwaterbereiding Opwekking van de koude voor koudelevering Benodigde elektrische hulpenergie voor pompen en regelingen Warmteverliezen bij transport en distributie buiten de woning. De energiezuinigheid van het warmte- en koudesysteem van bron tot en met het leveringspunt voor ruimteverwarming, koude en warmtapwater in de gebouwen is uitgangspunt. Bepalend is het rendement van de opwekking en afgifte uitgedrukt in het EOR (Equivalent Opwekkings Rendement) tot 1 januari 2020) of in Fpdel (vanaf 1 januari 2021) ), is gelijk aan 1/EOR. Naast energiezuinigheid wordt in dit warmteplan ook een eis gesteld aan de bescherming van het milieu. Schadelijke effecten door geluid en fijnstofemissies mogen in het alternatief niet schadelijker zijn dan het collectieve warmte- koudesysteem. Voorbeelden zijn geluidsoverlast voor omwonenden door individuele luchtwarmtepompen of verslechtering van de luchtkwaliteit in het plangebied door toepassing van individuele houtverbrandingsinstallaties (pelletbranders). Voor de beoordeling van de mate van bescherming van het milieu houdt het warmteplan rekening met het volgende: Emissie van CO2 Emissie van fijnstof Emissie van stikstof Geluidsbelasting Afbakening van het warmteplan Gebiedsafbakening: Strandeiland

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel