Naar hoofdinhoud
Jezelf kunnen verplaatsen is essentieel bij zelfredzaamheid en participatie. Een rolstoelvoorziening kan bestaan uit een algemene voorziening. Hiervan kan gebruik gemaakt worden indien een rolstoel niet dagelijks nodig is voor verplaatsingen maar slechts incidenteel, bv. bij wandelen of winkelen. Een dergelijke voorziening is op dit moment nog niet voorhanden. Indien een dergelijke voorziening voorhanden is zal eerst bekeken worden of de aanvrager hiervan gebruik kan maken. Er worden de volgende rolstoelvoorzieningen onderscheiden: Handmatig voortbewogen rolstoel; Elektrisch voortbewogen rolstoel; Aanpassingen aan de rolstoel. Voor een elektrische rolstoel geldt dat indien er gewenningslessen nodig zijn deze vergoedt worden tot een maximum van drie lessen. Indien er blijkt dat haalbaarheidslessen nodig zijn dient cliënt zich te vervoegen tot de 1elijns ergotherapie. Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een rolstoel: Iemand kan in aanmerking komen voor een rolstoel wanneer er sprake is dat iemand zich dagelijks zittend moet verplaatsen in en om de woning omdat dit niet anders mogelijk is. Daarnaast moet de voorziening, in dit geval de rolstoel, langdurig noodzakelijk zijn voor iemand om zich te kunnen verplaatsen. In belangrijke mate, dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning is noodzakelijk; De voorziening is langdurig noodzakelijk. Aanpassingen Met aanpassingen wordt bedoeld; extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten (zoals comfort beensteunen of een werkblad), maar wel medisch noodzakelijk zijn voor de cliënt. Accessoires zoals een boodschappenmand, schootskleed en een spiegel zijn doorgaans niet noodzakelijk, maar wenselijk en worden daarom niet vergoed. Verstrekkingen De voorziening kan zowel in de vorm van een pgb als in natura worden verstrekt. Indien de voorziening in natura wordt verstrekt zal deze altijd in bruikleen worden geleverd. Er dient dan een bruikleenovereenkomst te worden ondertekend door zowel de cliënt als het college. De leverancier heeft opdracht gekregen de bruikleenovereenkomst namens het college te ondertekenen. Onderhoud en verzekeringen Alleen voor voorzieningen, waar op grond van de Wmo 2015 recht op bestaat, komen in aanmerking voor vergoeding van onderhoud, keuring, reparatie en verzekering. Als de voorziening in natura is verstrekt dient er, tenzij anders afgesproken met de leverancier, eerst een offerte ingediend te worden bij de gemeente Losser. De Wmo consulent zal dan beoordelen of het noodzakelijk is dat hiervoor kosten worden gemaakt. Als de indicatie is afgegeven voor een pgb kan de cliënt jaarlijks de kosten, achteraf, declareren bij de gemeente. In de beschikking zal aangegeven worden wat de maximale hoogte is van de uitbetaling. Afschrijving Voor kindervoorzieningen, elektrische rolstoelen en handbewogen rolstoelen actief (semi-) permanent Complex (categorie 2b) wordt een afschrijvingstermijn van 5 jaar gehanteerd. Voor overige rolstoelvoorzieningen geldt een afschrijvingstermijn van 7 jaar. Een uitzondering is de tillift: hiervoor geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar. Voorliggende wetgevingen Een rolstoel die uitsluitend voor woon- werkverkeer wordt gebruikt valt niet onder de Wmo 2015 (de rolstoel voor woon- werkverkeer wordt verstrekt door het UWV). Rolstoelen die ook op het werk gebruikt kunnen worden vallen wel binnen de Verordening. Speciale rolstoelen voor de werksituatie worden verstrekt door de UWV. Voor kortdurend gebruik (maximaal 6 maanden) zijn losse woonvoorzieningen te leen via het uitleendepot van thuiszorgaanbieder of hulpmiddelenleveranciers. Van deze voorliggende voorziening kan ook gebruik worden gemaakt in het geval van kortdurend gebruik van een rolstoel. Deze kosten worden niet vergoed door de Wmo 2015, vaak worden ze wel vergoed via de zorgverzekering. Eigen bijdrage Voor een rolstoelvoorziening is geen eigen bijdrage verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel