Naar hoofdinhoud
1.. Ouders kunnen tot twee maanden na de start van de peuter bij de peuteropvang de formulieren aanleveren die nodig zijn voor de gesubsidieerde peuterplek. 2.. Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde peuterplek dient de houder vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de ondertekende Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag, in combinatie met een Inkomensverklaring van (bei)de ouder(s). 3.. Ouder(s) van peuters die tussen 1 januari en 30 juni geplaatst worden overleggen de laatst beschikbare Inkomensverklaring (2 jaar oud) aan de houder; voor peuters die tussen 1 juli en 31 december geplaatst zijn, die van het voorafgaande jaar. 4.. Indien het verwachte verzamelinkomen wijzigt ten opzichte van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de Inkomensverklaring(en) dient deze verklaring aangevuld te worden met documenten waaruit de hoogte van het verwachte verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is en in ieder geval geldt voor de maand van plaatsing. 5.. Indien ouders een eigen onderneming hebben (inclusief zzp-ers) en niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kunnen of willen overleggen, moeten zij aantonen startend ondernemer te zijn door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel, waarbij ze in de laagste categorie ingeschaald kunnen worden. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie, waarbij het recht op herziening is voorbehouden. 6.. Indien ouders of de ouder een inkomen heeft dat is overgebleven na aftrek van verplichte inhoudingen voor beslag, wsnp of minnelijke schuldenregeling door een gecertificeerd schuldbemiddelaar wordt geen ouderbijdrage in rekening gebracht. 7.. Indien ouders de “Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag” niet willen overleggen, komt de peuter niet (meer) in aanmerking voor een gesubsidieerde peuterplek. 8.. Indien de ouder enkel geen inzicht wenst te verschaffen in de hoogte van het inkomen, middels een Inkomensverklaring of overige documenten waarmee de hoogte van het inkomen kan worden bepaald, kan een kind wel geplaatst worden en ontvangt houder subsidie voor deze peuterplek. De ouder valt dan echter automatisch in de hoogste inkomenscategorie. 9.. Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat ouders in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op de gesubsidieerde peuterplek nadat het recht op Kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders zijn verplicht per omgaande te melden aan de houder dat zij in aanmerking komen voor Kinderopvangtoeslag. 10.. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie van de Adviestabel vallen, kan bij de houder een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage worden gedaan op basis van de meest recente salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. 11.. Indien sprake is van inkomenswijziging door werkloosheid, kunnen kinderopvanggerechtigden nog gedurende een bepaalde termijn (2020: drie maanden) aanspraak maken op de Kinderopvangtoeslag. Nadat deze termijn verstreken is kunnen zij in aanmerking komen voor een door de gemeente gesubsidieerde aanvulling op de ouderbijdrage. 12.. Voor peuters zonder Burgerservicenummer volstaat de doorverwijzing van het CJG en VZAT. Voor deze kinderen wordt geen ouderbijdrage in rekening gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel