HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze bijlage wordt verstaan onder:
1. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend.
2. Zorgperiode: een periode van 4 weken door het Centraal Administratie Kantoor, verder te noemen het CAK, gehanteerd bij de berekening en inning van de eigen bijdrage. 13 zorgperioden is één jaar.
3. Voltijdopvang of 24-uurs verblijf vrouwenopvang waaronder crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, al of niet op een geheim adres, voor vrouwen of mannen met of zonder hun kinderen die gevlucht zijn voor huiselijk geweld of dreiging van relationeel geweld. De 24-uurs voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding.
4. Voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang waaronder crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, voor mensen die dakloos of thuisloos zijn. De 24-uurs voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding.
5. Beschermd Wonen: Verblijf in een accommodatie met toezicht en een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden afgestemd geheel van diensten die worden geleverd ten behoeve van een inwoner die als gevolg van een ernstige psychiatrische aandoening niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en 24-uurs toezicht i.v.m. risico op (zelf)verwaarlozing of overlast en intensieve ondersteuning nodig heeft.
6. Eenmalig persoonsgebonden budget: pgb dat niet is bestemd voor dienstverlening, maar voor een (vervoers)hulpmiddel, een vervoerskostenvoorziening of een woningaanpassing. Dit pgb wordt door de gemeente uitbetaald en niet door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Paragraaf 2. Bijdrage in de kosten
2.1
Indien een cliënt een duurdere maatwerkvoorziening wil dan de goedkoopst adequate komt het meerdere voor rekening van de cliënt.
2.2
Voor maatwerkvoorzieningen die in natura of als persoonsgebonden budget worden verstrekt is een bijdrage in de kosten verschuldigd.
2.3
1. In uitzondering op het onder 2.2 gestelde, is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor:
a. rolstoelvoorziening (ook voor aandrijfondersteuning);
b. [vervallen];
c. woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimte(n);
d. huurderving
e. maatwerkvoorzieningen voor een minderjarige cliënt;
f. arbeidsmatige dagbesteding;
g. zorgmijders zolang de situatie niet stabiel is;
h. eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten;
i. jeugdhulp;
j. individuele thuisbegeleiding in een gezin waarbij de ondersteuning gericht is op zowel de ouder(s) als het kind.
[vervallen]
3. [vervallen]
3.1
Vervallen
3.2
1. Berekening, oplegging, vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten vindt plaats door het CAK met de door de gemeente Beuningen vastgestelde regels.
2. In afwijking van lid 1 vindt de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor opvang plaats door de aanbieder die de opvang verzorgt.
3. In afwijking van lid 1 vindt de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt voor een algemene voorziening door de aanbieder van deze voorziening.
3.3
De maximale bijdrage in de kosten, voor zover niet begrensd door het abonnementstarief, wordt als volgt bepaald:
a. Verstrekking (ook vervanging) in natura:
- - huurprijs per zorgperiode. De huurprijs is de prijs die de gemeente per zorgperiode aan de leverancier betaalt;
- - kostprijs van de voorziening. De kostprijs is de prijs die de gemeente in totaal aan de leverancier betaalt voor de voorziening
b. Verstrekking (ook vervanging) als persoonsgebonden budget: verstrekt bedrag.
c. Verstrekking als persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden en begeleiding/dagbesteding: verstrekt bedrag per zorgperiode.
3.4
De looptijd van de bijdrage in de kosten wordt bepaald door de duur van de verstrekking
HOOFDSTUK 2 COMPENSATIE OP BASIS VAN LEEFGEBIED EN MAATWERKVOORZIENING
Paragraaf 1. Activiteiten dagelijks leven
4.1
De tarieven voor hulp bij het huishouden in natura worden bepaald door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding.
4.2
De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het huishouden vindt plaats in de vorm van een bedrag per uur (zie bijlage).
4.3
Bij overlijden van de cliënt die een partner heeft, wordt de hulp bij het huishouden in natura beëindigd op de datum van overlijden. In het geval van een persoonsgebonden budget wordt het persoonsgebonden budget beëindigd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgens op de maand van overlijden.
Paragraaf 2. Huisvesting
5.1
1. Het college kent twee soorten woonvoorzieningen:
a. een woonvoorziening van bouwkundige of bouwtechnische aard
b. een woonvoorziening niet van bouwkundige of bouwtechnische aard.
2. Het bedrag voor een maatwerkvoorziening voor een woonvoorziening, zoals genoemd in het eerste lid onder a, die in natura of als eenmalig persoonsgebonden budget wordt verstrekt, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in een aan het college overlegde offerte die voldoet aan het programma van eisen.
3. Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening, zoals genoemd in het eerste lid onder b, is gelijk aan de huurprijs per maand van de voorziening zoals die bij een verstrekking in natura in bruikleen door het college aan de contractleverancier betaald zou worden, vermenigvuldigd met de gemiddelde levensduur (zie artikel 20.1). In dit bedrag zijn de kosten van instandhouding, zoals onderhoud, reparatie en indien van toepassing, verzekering reeds opgenomen. Reparatiekosten die niet onder het onderhoudscontract vallen, worden, na goedkeuring van de offerte, vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten.
5.2
Als eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten van een verhuizing geldt als normbedrag € 2.642,41.
5.3
Voor een woningaanpassingen die duurder zijn dan € 2.642,41kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt als er geen mogelijkheid is te verhuizen.
5.4
1. Indien de maatwerkvoorziening bestaat uit een woningsanering welke blijkens een medisch advies noodzakelijk is wegens rolstoelgebruik, huisstof- of huismijtallergie, astma of chronische bronchitis, dan bedraagt de hoogte van de vergoeding:
a. 100% van de kosten als het te vervangen artikel niet ouder is dan 2 jaar;
b. 75% van de kosten als het te vervangen artikel tussen de 2 en 4 jaar oud is;
c. 50% van de kosten als het te vervangen artikel tussen de 4 en 6 jaar oud is;
d. 25% van de kosten als het te vervangen artikel tussen de 6 en 8 jaar oud is;
e. 0% van de kosten als het te vervangen artikel 8 jaar of ouder is.
2. Bij het bepalen van de kosten wordt aangesloten bij de maximale bedragen zoals vermeld in de Prijzengids van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting..
5.5
Het bedrag voor een maatwerkvoorziening voor huurderving (in natura of als persoonsgebonden budget) wordt verstrekt indien een leegstaande woning is aangepast of aan te passen valt voor een bedrag van meer dan € 7.129,00. De tegemoetkoming is gemaximeerd op zes maanden op basis van de netto (kale) huurprijs.
5.6
1. Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten kan worden verstrekt ten behoeve van tijdelijke huisvesting indien deze meerkosten moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van:
a. De huidige woonruimte van cliënt;
b. De door cliënt nog te betrekken woonruimte.
2. De eenmalige tegemoetkoming meerkosten ten behoeve van tijdelijke huisvesting wordt uitsluitend verleend voor de periode, waarin de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en cliënt als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan die redelijkerwijs niet voorkomen kunnen worden.
3. Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten in verband met tijdelijke huisvesting wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes maanden. De vergoeding vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van € 600,05 per maand voor een zelfstandige woonruimte of € 297,08 per maand voor een niet-zelfstandige woonruimte.
5.7
Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten dat als maximum verstrekt wordt bij het logeerbaar maken van de woning bedraagt € 2.202,00.
5.8
Indien het college een eenvoudige losse woonvoorziening van niet-bouwtechnische of niet-bouwkundige aard tot € 300 verstrekt, verstrekt het college deze voorziening in eigendom.
Paragraaf 3. Verplaatsen en vervoer
Artikel 6
Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening, verhoogd met het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie voor vergelijkbare rolstoelen in het een na vorige volledige kalenderjaar.
Artikel 7
Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening vermeerderd met de instandhoudingskosten (voor onderhoud, reparatie en (indien van toepassing) verzekering) over een periode van 7 jaar. Het college mag bij de hoogte van het persoonsgebonden budget rekening houden met een korting die bij een verstrekking in natura zou worden ontvangen.
Artikel 8
Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 594,54 als eenmalig pgb met een maximum van € 1.189,08.
Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (rolstoel) taxi bedraagt € 594,54 als eenmalig pgb met een maximum van € 1.189,08.
Het bedrag dat per afgelegde kilometer wordt vergoed in het kader van de vervoersvoorziening onder lid 1 is € 0,19.
Artikel 8A
1. Bij het compenseren van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen ligt het primaat bij het collectieve vervoerssysteem via AVAN.
2. De cliënt die als gevolg van aantoonbare beperkingen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer of voor wie het openbaar vervoer niet compenserend is, kan in aanmerking komen voor een Wmo-vervoerspas voor gebruik van het collectief vervoer. Met deze Wmo-vervoerspas wordt een korting verkregen op het normale tarief van dit collectief vervoer.
3. In het geval van een Wmo-vervoerspas zoals bedoeld in lid 2 betaalt de gemeente het verschil tussen het AVAN-tarief per kilometer en het tarief dat reizigers in het reguliere ov per kilometer betalen.
4. De in lid 2 bedoelde vervoerspas voor het gebruik van collectief vervoer maakt het mogelijk om per kalenderjaar maximaal 1500 kilometer met korting, zoals bedoeld in lid 2 en 3 te reizen. Na het bereiken van deze 1500 kilometer komt de cliënt niet meer in aanmerking voor een door de gemeente gefinancierde korting op het normale tarief van dit collectief vervoer.
9.1
Het in artikel 8 lid 1 bedoelde eenmalig persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor gebruik van een (eigen) auto, bedraagt in het geval van:
- - kinderen 4 jaar en <12 jaar: de helft van het bedrag zoals genoemd in artikel 8 lid 1;
- - kinderen >12 jaar: volledige bedrag zoals genoemd in artikel 8 lid 1.
9.2
Indien de behoeften van echtgenoten samenvallen en gebruik kan worden gemaakt van dezelfde voorziening, wordt een enkel eenmalig pgb, zoals bedoeld in artikel 8, toegekend.
9.3
Indien de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een in artikel 8 bedoeld eenmalig pgb toegekend.
Paragraaf 4. Maatschappelijke participatie
1. De eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.963,61.
2. Dit bedrag is bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening voor een periode van drie jaar.
Paragraaf 5. Geestelijke gezondheid
11.1
De tarieven voor beschermd wonen in natura worden bepaald door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding.
11.2
De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van beschermd wonen of beschermd thuis vindt plaats op basis van vijf categorieën. De vorm van wonen (woongroep of individueel) en de intensiteit/kwaliteit van de benodigde (groeps-) begeleiding bepalen welke categorie beschermd wonen of beschermd thuis wordt toegekend.
11.3
Binnen Beschermd Wonen en Beschermd Thuis wordt onderscheid gemaakt tussen de zorgverlening door professionals in dienst van een instelling en niet-professionals. Bij zorgverlening door professionals hanteren wij een standaardtarief per dag. Voor niet- professionele geldt dat er wordt gerekend met een uurtarief. Onder niet-professioneels wordt het sociaal netwerk van een cliënt verstaan. Tot het sociale netwerk behoren personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt (artikel 1.1.1 Wmo). Dit is ook het geval als de persoon uit het sociale netwerk een professionele zorgverlener is of in het bezit is een relevant diploma. Deze persoon wordt dus niet aangemerkt als beroepskracht.
De vaststelling van het persoonsgebonden budget voor Beschermd Wonen of Beschermd Thuis is gebaseerd op het totaal aantal begeleidingsuren dat een cliënt met een bepaald profiel nodig zou hebben. De cliënt mag binnen het totaal aantal uren, vanwege zijn specifieke situatie de verdeling tussen individuele en groepsbegeleiding afwijkend invullen.
| Categorie | Agogisch klimaat in uren per week | Begeleiding individueel uren per week | Totaal aantal uren begeleiding per week |
| Beschermd thuis: licht | 0 | 2,5 | 2,5 |
| Beschermd thuis: groep licht | 3,5 | 2,5 | 6 |
| Beschermd thuis: groep middelzwaar/beschermd wonen: licht | 7 | 2,5 | 9,5 |
| Beschermd wonen: middelzwaar | 10 | 2,5 | 12,5 |
| Beschermd wonen: intensief | 12,5 | 2,5 | 15 |
11.4
In bepaalde gevallen wordt het persoonsgebonden budget niet berekend op basis van dagtarieven maar op basis van uurtarieven. Het zal dan gaan om de volgende situaties:
1. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van niet professionele zorg.
2. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van een mix van niet professionele (informeel) en professionele zorg (formeel). Er zal een uitsplitsing worden gemaakt hoeveel uren informeel en hoeveel uren formeel de budgethouder nodig heeft en deze zullen worden toegekend conform de uurtarieven in onderstaande tabel.
3. De indicatiesteller (GGD Gelderland Zuid, Toegang BW) constateert dat de individuele zorgvraag significant hoger of lager ligt dan het gemiddelde aantal uren dat gerekend mag worden bij de geïndiceerde categorie. In voorkomende gevallen zal de GGD een advies geven over het aantal uren dat de betreffende cliënt nodig heeft.
Indien een cliënt met een persoonsbudget voor Beschermd Wonen zowel professionele zorg inkoopt bij een aanbieder als niet-professionele zorg uit zijn eigen netwerk leveren beide partijen ieder een deel van de totaal geïndiceerde hoeveelheid zorg. Met andere woorden: het totale persoonsgebonden budget is gebaseerd op een totaal aantal uren dat de uren in bovenstaande tabel niet kan overschrijden.
Paragraaf 6. Begeleiding/dagbesteding
12.1
De tarieven voor begeleiding/dagbesteding in natura worden bepaald door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding (zie bijlage).
12.2
De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van begeleiding/dagbesteding vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage).
Artikel 13
Vervallen
Paragraaf 7. Opvang
14.1
Er is een bijdrage in de kosten verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van opvang.
14.2
De bijdrage in de kosten wordt bepaald per dag. De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van een instelling.
14.3
De bijdrage in de kosten voor opvang bedraagt het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk van de gehuwde cliënten tezamen, vermeerderd met 4% van het vermogen van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk 4% van de opgetelde vermogens van de gehuwde cliënten.
14.4
Indien de instelling bij voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang of vrouwenopvang (waaronder crisisopvang) aan de cliënt geen voeding verstrekt, wordt de bijdrage in de kosten verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag, dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent als gemiddelde kosten. In het geval het bedrag niet bekend is, bepaalt het college het bedrag dat hiervoor in de plaats komt.
14.5
Als een cliënt een vergoeding ontvangt voor vrijwilligerswerk, wordt deze vergoeding buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de bijdrage in de kosten.
14.6
Voor cliënten die gebruik maken van de crisisopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage in de kosten gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm.
HOOFDSTUK 3 JEUGDHULP
15.1
De tarieven voor jeugdhulp in natura worden bepaald door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding (zie bijlage).
15.2
De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van jeugdhulp vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage).
16.1
Alleen in uitzonderingssituaties bij zwaarwegende redenen is inzet van een pgb door mensen uit het sociale netwerk van de cliënt mogelijk. Hieronder staan drie aanvullende/nadere criteria voor uitvoering van het pgb door leden uit het sociale netwerk:
1. Degene die de voorziening met het pgb uitvoert is aantoonbaar deskundig.
2. Degene die de voorziening met het pgb uitvoert lijdt Kostenderving: ofwel in de vorm van inkomstenderving in verband met het bieden van mantelzorg, ofwel in de vorm van extra kosten die hij moet maken om intensieve mantelzorg te kunnen bieden.
3. pgb door het sociaal netwerk leidt tot betere/efficiëntere ondersteuning
Deze drie aanvullende/nadere criteria moeten in principe alle drie in combinatie van toepassing zijn om het pgb in het eigen sociale netwerk te kunnen inzetten.
16.2
Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als:
a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
b.er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden;
c.er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
16.3
a. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in artikel 16.1, indien toepassing van deze bepalingen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
b. Het college kan de bepalingen in dit artikel nader invullen in de beleidsregels.
17.1
Teneinde hun eigen kracht en regie te versterken stelt het college tijdens het vooronderzoek de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
17.2
Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6 van de Verordening Jeugdhulp.
HOOFDSTUK 4 OVERIG
Paragraaf 1. Terugvordering
1. De meerwaarde van de woning die door het ontvangen van een woonvoorziening (compensatie op het leefgebied huisvesting) is ontstaan, dient gedeeltelijk aan de gemeente Beuningen te worden terugbetaald.
2. Voor het bepalen van het bedrag van meerwaarde wordt uitgegaan van:
a. het toegekende bedrag voor de woonvoorziening minus de bijdrage in de kosten die voor de woonvoorziening is betaald;
b. een afschrijving van 10% voor elk vol jaar dat de woonvoorziening was gerealiseerd.
Artikel 19
Bij een bedrag tot € 150,- wordt afgezien van terugvordering.
Paragraaf 3. Persoonsgebonden budget
20.1
Voor de duur van de verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt de volgende economische afschrijvingstermijn gehanteerd:
a. maatwerkvoorziening voor een meerderjarige: 7 jaar (oftewel 91 zorgperioden);
b. maatwerkvoorziening voor een minderjarige: 5 jaar (oftewel 65 zorgperioden).
20.2
Als een minderjarige meerderjarig wordt dan wordt de afschrijvingstermijn verminderd met het aantal jaren dat de minderjarige de maatwerkvoorziening heeft toegekend gekregen.
20.3
In afwijking van het eerste lid kan voor tweedehands maatwerkvoorzieningen voor een meerderjarige en minderjarige de afschrijvingstermijn worden verminderd met de actuele leeftijd van de maatwerkvoorziening.
20.4
Indien de met het eenmalig persoonsgebonden budget aangeschafte voorziening na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode nog adequaat, kwalitatief verantwoord en compenserend is, dan wordt geen nieuw persoonsgebonden budget verstrekt. Een persoonsgebonden budget voor instandhoudingskosten kan dan wel worden verstrekt. Onder instandhoudingskosten wordt verstaan: de noodzakelijke kosten om de voorziening in stand te houden, in het bijzonder de kosten van onderhoud en reparatie en, voor zover van toepassing, de verzekeringskosten.
20.5
De bewaartermijn voor de pgb-administratie is 7 jaar.
20.6
Bij de verlening van een persoonsgebonden budget worden de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd:
a. De budgethouder dient zelf een aansprakelijkheidsverzekering te hebben (afgesloten) voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan. Zoals bepaald in artikel 11 van de verordening is – indien van toepassing – een component opgenomen voor verzekering.
b. De budgethouder dient zelf een voorziening die een motorrijtuig is in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) te verzekeren in overeenstemming met artikel 2 van die wet. Zoals bepaald in artikel 11 van de verordening is – indien van toepassing – een component opgenomen voor verzekering.
Artikel 21
Bij overlijden van de pgb-houder wordt het persoonsgebonden budget beëindigd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand van overlijden.
Artikel 22
Het college indexeert de bedragen genoemd in artikel 5.2, 5.3, 5.5, 5.6, 5.7, 8.1, 8.2 en 10.1 jaarlijks op 1 januari op basis van de consumentenprijsindex zoals het CBS deze vaststelt.
Tabel tarieven pgbWmo/Jeugdhulp gemeente Beuningen (prijspeil 1 januari 2021)
| Producten | Productcode | Eenheid | Pgb professioneel | Pgb informeel |
| Beuningen 2021 | Beuningen 2021 | |||
| Hulp bij het huishouden HH1 en HH2 | 17,50 | 17,50 | ||
| Reguliere Begeleiding | Wmo 02A03 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Reguliere Begeleiding in een groep | Wmo 02A17 | per uur | 15,43 | n.v.t. |
| Persoonlijke Verzorging | Wmo 03A03 | per uur | 41,12 | 20,00 |
| Specialistische Begeleiding | Wmo 02A05 | per uur | 55,53 | 20,00 |
| Specialistische Begeleiding in een groep | Wmo 02A20 | per uur | 18,51 | n.v.t. |
| Dagbesteding | Wmo 07A03 | per dagdeel | 30,98 | 20,00 |
| Kortdurend Verblijf | Wmo 04A04 | per etmaal | 161,59 | 31,06 |
| Casemanagement | Wmo 02A21 | per uur | 55,53 | n.v.t. |
| Vervoer Dagbesteding en Kortdurend Verblijf | Wmo 08A03 | per etmaal | 11,39 | n.v.t. |
| Tijdelijk verblijf LVB met begeleiding en evt. verzorging | Wmo 10A22 | per etmaal | 112,21 | n.v.t. |
| Tijdelijk verblijf LVB met (dagelijks) intensieve begeleiding en verzorging en/of gedragsregulering | Wmo 10A25 | per etmaal | 152,62 | n.v.t. |
| Reguliere Begeleiding | Jw 45A04 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Reguliere Begeleiding in een groep | Jw 45A71 | per uur | 15,43 | n.v.t. |
| Verzorging en Begeleiding | Jw 40A04 | per uur | 51,42 | 20,00 |
| Specialistische Begeleiding | Jw 45A05 | per uur | 55,53 | 20,00 |
| Specialistische Begeleiding in een groep | Jw 45A49 | per uur | 18,51 | n.v.t. |
| Dagbesteding (intersectoraal) | Jw 41A18 | per dagdeel | 41,01 | 20,00 |
| Dagbehandeling (intersectoraal) | Jw 41A03 | per dagdeel | 89,77 | 20,00 |
| Vaktherapie | Jw 45A53 | per uur | 63,37 | nvt |
| Groepsgerichte vaktherapie | Jw 45A52 | per uur | 21,12 | n.v.t. |
| Kortdurend Verblijf | Jw 44A09 | per etmaal | 161,59 | 31,06 |
| Casemanagement | Jw 45A55 | per uur | 55,53 | n.v.t. |
| Vervoer naar dagbesteding, Kortdurend Verblijf en Dagbehandeling | Jw 42A03 | per etmaal | 11,39 | n.v.t. |
| Dyslexie | Jw 45A74 | per uur | n.v.t. | |
| Behandeling basis Jeugd GGZ | Jw 54001 | per uur | 77,29 | n.v.t. |
| Specialistische Jeugd GGz (incl. obs en diagnostiek) | Jw 54002 | per uur | 89,98 | n.v.t. |
| Toeleiding | 02L01 | per uur | n.v.t. | |
| Verlengde toeleiding | 02L02 | per uur | n.v.t. | |
| Consultatie | 02L03 | per uur | n.v.t. | |
| Beantwoording korte begeleidingsvragen | 02L04 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Gespecialiseerde begeleiding ZG | 02L05 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Revaliderende begeleiding ZG | 02L06 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten | 07L01 | per etmaal | 46,28 | 20,00 |
| Toeleiding | 02L08 | per uur | n.v.t. | n.v.t. |
| Verlengde toeleiding | 02L09 | per uur | n.v.t. | n.v.t. |
| Consultatie doofblindheid | 02L10 | per uur | n.v.t. | n.v.t. |
| Beantwoording korte begeleidingsvragen | 02L11 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Gespecialiseerde begeleiding doofblinden | 02L12 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Begeleidersvoorziening Doofblinden | 02L13 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Revaliderende begeleiding ZG | 02L14 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten | 07L02 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Gespecialiseerde begeleiding | 02L15 | per uur | 46,28 | 20,00 |
| Time out voorziening | 44A06 | per etmaal | 127,56 | n.v.t. |
| Moeder Kind Huis | 44A45 | per etmaal | 210,97 | n.v.t. |
| Pleegzorg 24 uurs | 44A07 | per etmaal | 35,97 | n.v.t. |
| Netwerkonderzoek | 35502 | per etmaal | 23,60 | n.v.t. |
| Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding (2LVG) | 44A36 | per etmaal | 146,21 | n.v.t. |
| Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding en behandeling (3LVG) | 43A36 | per etmaal | 157,35 | n.v.t. |
| Gezinshuis J&O incl. begeleiding | 44A08 | per etmaal | 144,04 | n.v.t. |
| Gezinshuis J&O begeleiding en behandeling | 43A10 | per etmaal | 126,20 | n.v.t. |
| Kamertraining | 44A27 | per etmaal | 77,52 | n.v.t. |
| Fasehuis, leerhuis, behandelgroep in wijk | 44A28 | per etmaal | 139,15 | n.v.t. |
| Beschermd wonen J-GGZ en verslavingszorg | 44A52 | per etmaal | 137,52 | n.v.t. |
| Behandelgroep incl. dagbesteding en behandeling (3LVG) | 43A55 | per etmaal | 201,07 | n.v.t. |
| Behandelgroep excl. dagbesteding incl behandeling (3VG) | 43A51 | per etmaal | 110,76 | n.v.t. |
| Behandelgroep incl dagbesteding en behandeling (3VG) | 43A52 | per etmaal | 145,29 | n.v.t. |
| 3-leefmilieusvoorzieningen incl behandeling en dagbesteding (4-LVG) | 43A56 | per etmaal | 247,00 | n.v.t. |
| 3-leefmilieusvoorzieningen incl behandeling en dagbesteding (5-LVG) | 43A57 | per etmaal | 246,02 | n.v.t. |
| Terreinvoorziening Gezinsopname (VF4) | 43A31 | per etmaal | 303,22 | n.v.t. |
| Behandelgroep 24 uur op terrein (VF6) | 43A37 | per etmaal | 151,84 | n.v.t. |
| Behandelgroep 24 uur op terrein (VF7) | 43A38 | per etmaal | 218,70 | n.v.t. |
| Behandelgroep 24 uur op terrein (VF8) | 43A39 | per etmaal | 251,75 | n.v.t. |
| Toeslag MFC Z911 (toeslag bij ZZP 4 en 5) | 45A58 | per etmaal | n.v.t. | n.v.t. |
| JeugdzorgPlus | 43A12 | per etmaal | n.v.t. | n.v.t. |
| Langdurige klinische opname GGZ/Psychiatrie F-bed incl crisisbed | 52053 | per etmaal | n.v.t. | n.v.t. |
| Langdurige klinische opname GGZ/Psychiatrie G-bed incl crisisbed | 52054 | per etmaal | n.v.t. | n.v.t. |
| Verslavingszorg GGZ jeugdkliniek E-bed | 52052 | per etmaal | n.v.t. | n.v.t. |
| Verblijf zonder overnachting GGZ | 52063 | per etmaal | n.v.t. | n.v.t. |
| Crisisbed LVB Z560 | 46A03 | per etmaal | n.v.t. | n.v.t. |
| Spoedopvang J&O Met verblijf (VF8) | 46A04 | per etmaal | n.v.t. | n.v.t. |
| Spoedopvang J&O zonder verblijf | 46A01 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| Ambulante Behandeling J&O J-LVG (komt uit blok B) | 45A65 | per uur | 79,21 | n.v.t. |
| Ambulante Groepsgerichte Behandeling J&O J-LVG (nieuw) | 45A69 | per uur | 26,41 | n.v.t. |
| MST (Multi Systeem Therapie) | 45A41 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| MDFT , ACRA / Craft | 45A40 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| Gezin Centraal / IOG | 45A39 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| OTS < 1 jaar | 48A04 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| OTS > 1 jaar | 48A05 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| Voogdij | 48A06 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| Reguliere jeugdreclassering | 47A01 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| Samenloop | 47A06 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| ITB-harde kern | 47A05 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| ITB-criem | 47A04 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| STP | 47A07 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| GBM advies | 47B01 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| GBM begeleiding | 47B02 | traject | n.v.t. | n.v.t. |
| Producten 2020 (nieuwe structuur vanaf 2020) | Indicatie | Productcode | Eenheid | ZIN |
| Beschermd Thuis: Bereikbaarheid en beschikbaarheid | 15N01 | Etmaal | € 1,02 | |
| Beschermd Thuis: Licht | 15N02 | Etmaal | € 26,76 | |
| Beschermd Thuis: Groep Licht | 15N03 | Etmaal | € 56,56 | |
| Beschermd Thuis: Groep Middelzwaar | 15N04 | Etmaal | € 84,88 | |
| Beschermd wonen: Licht | 15N11 | Etmaal | € 127,71 | |
| Beschermd wonen: Middelzwaar | 15N12 | Etmaal | € 153,77 | |
| Beschermd wonen: Intensief | 15N13 | Etmaal | € 175,48 | |
| Producten 2020 (nieuwe structuur vanaf 2020) | Indicatie | Productcode | Eenheid | ZIN |
| Dagbesteding | 15N21 | Dagdeel | € 38,58 | |
| Aanvullende dagbesteding | 15N22 | Dagdeel | € 38,58 | |
| Aanvullende begeleiding | 15N31 | Uur | € 73,80 | |
| Overbruggingszorg (begeleiding) | 15N32 | Uur | € 73,80 | |
| Vervoer van en naar dagbesteding | 15N51 | Etmaal | € 11,34 | |
| Afwezigheidsdag | 15N41 | Etmaal | € 101,85 | |
| PGB tarieven 2021 (nieuwe structuur met aangepaste benaming) | ||||
| Product Wonen/verblijf | PGB professioneel | Eenheid | PGB informeel | Eenheid |
| Beschermd Thuis: licht | € 26,09 | per etmaal | € 21,90 | per uur |
| Beschermd Thuis: groep licht | € 53,93 | per etmaal | € 21,90 | per uur |
| Beschermd Thuis: groep middelzwaar | € 80,34 | per etmaal | € 21,90 | per uur |
| Beschermd Thuis: groep zwaar | € 104,20 | per etmaal | € 21,90 | per uur |
| Beschermd Thuis: groep intensief | € 124,08 | per etmaal | € 21,90 | per uur |
| Tarieven 2021 overige producten PGB | ||||
| Overige producten | PGB professioneel | PGB informeel | Eenheid | |
| Dagbesteding | € 34,25 | € 21,90 | Dagdeel | |
| Aanvullende dagbesteding | € 34,25 | € 21,90 | Dagdeel | |
| Aanvullende begeleiding | € 39,60 | € 21,90 | Uur | |
| Overbruggingszorg (begeleiding) | € 39,60 | € 21,90 | Uur | |
| Vervoer van en naar dagbesteding | € 11,04 | n.v.t. | Retourrit | |