Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Gebruik bestaande parkeerplaatsen openbaar gebied

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Midden-Delfland houdende regels omtrent parkeernormen

2.5.1Voorwaarden gebruik parkeerplaatsen openbaar gebied In principe moet het parkeren binnen het te ontwikkelen gebied (het plangebied) worden opgelost. Indien het parkeren (gedeeltelijk) in het openbaar gebied (gemeentelijke grond) plaats moet vinden, is hiervoor toestemming van de gemeente nodig. Deze toestemming wordt gegeven bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Voor de parkeerplaatsen die in het openbaar gebied gebruikt gaan worden, en/of voor de extra parkeerplaatsen die worden aangelegd, wordt een bedrag in rekening gebracht. Dit bedrag zal bestaan uit grondkosten, kosten van de aan aanleg van verharding, kosten van de riolering en kosten die (elders) gemaakt worden om de aanleg van extra parkeerplaatsen mogelijk te maken. Hierbij wordt uitgegaan van een marktconforme prijs voor de grond- en aanlegkosten. Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst, bijvoorbeeld de in de anterieure overeenkomst. 2.5.2Invloedgebied Of en hoeveel parkeerplaatsen in het openbaar gebied gebruikt kunnen worden voor de nieuwe functie, wordt bepaald door het meten van de actuele parkeerdruk binnen het invloedgebied. De omvang van het gebied (invloedgebied) hangt af van de maximale loopafstanden die bij de nieuwe functie(s) horen. Hoofdfunctie acceptabele loopafstanden wonen 100 meter (100 – 250 meter voor bezoekers) winkelen 200 – 600 meter werken 200 – 800 meter ontspanning 100 – 600 meter gezondheidszorg 100 meter onderwijs 100 meter tabel 2.11: Maximale loopafstanden per functie (bron CROW online kennisbank 2018) 2.5.3Parkeerdruk In de Nota parkeernormen 2012 was gebruik van bestaande parkeerplaatsen (overcapaciteit) mogelijk mits de parkeerdruk niet hoger dan 70% zou worden. Een parkeerdruk van 70% betekent dat op het drukste tijdstip 70% van de parkeervakken bezet is. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen aanwezige parkeerplaatsen kunnen worden gebruikt tot 70% bezetting wordt bereikt. Een parkeerdruk van 70% is tamelijk ruim. Dit leidt tot onnodige reservering van openbare ruimte voor parkeerplaatsen, met name in de oude kernen. Het CROW19CROW Handboek parkeren 2017 stelt dat er bij een parkeerdruk van 80% voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Bij een parkeerdruk van meer dan 80% ontstaat zogenaamd zoekverkeer; mensen die rondrijden op zoek naar een parkeerplaats. In een gebied met veel verspreid liggende parkeerplaatsen zal hiervan bij een bezettingsgraad van 80% al sprake zijn. Als de parkeerplaatsen geconcentreerd liggen (parkeerterreinen en parkeergarages), geldt eerder een grens van 90%. In deze nota parkeernormen wordt een maximale parkeerdruk van 85% aangehouden binnen het voor het project geldende invloedgebied op basis van loopafstanden. Daar waar aan de orde kan tot lokaal maatwerk worden besloten en kan worden uitgegaan van een hogere of lagere maximale parkeerdruk. Dit zal echter wel gemotiveerd moeten worden aan de hand van de specifieke kenmerken van die locatie(s). Om te kijken welke ruimte zit in de bestaande parkeerdruk zijn in 2015, 2016 en 2017 in woongebieden ’s avonds (20.00 -24.00 uur) en in centrumgebieden op koopavond (16.00 – 22.00 uur) en zaterdag overdag (10.00 – 18.00 uur) metingen gehouden. Omdat de Corona-maatregelen een ander beeld geven konden deze metingen niet herhaald worden in 2020. Figuur 2.5 t/m 2.7 geeft een overzicht van de parkeerdruk in de dorpen. In alle drie de dorpen is het beeld divers. Er zijn straten met een te hoge parkeerdruk (meer dan 90%) en straten met een overschot aan parkeerplaatsen (minder dat 85% bezetting). Het gaat om de kleuren van de wegvakken, niet de achtergrondkleur. In den Hoorn was in 2017 de totale gemiddelde parkeerdruk in de dorpskern 71,3%, in Schipluiden 62,4% en in Maasland 68,5%. Figuur 3.1 Parkeerdruk Den Hoorn 2017 figuur 2.5: Parkeerdruk in Den Hoorn (2017) figuur 2.6: Parkeerdruk Schipluiden (2017) figuur 2.7: Parkeerdruk Maasland In gebieden met een hoge parkeerdruk zal het parkeren altijd binnen de nieuwe ontwikkeling en/of op eigen terrein moeten worden opgelost. Wanneer in de omgeving structureel restcapaciteit beschikbaar is (een parkeerdruk lager dan 85%) kan deze worden benut tot dat de norm wordt bereikt. Uitgangspunt is dat het parkeren van bezoekers, vanwege dubbelgebruik, als openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Indien dit onmogelijk is moeten ook de parkeerplaatsen voor bezoekers op eigen terrein worden gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen moeten daarbij vrij toegankelijk zijn voor alle bestemmingen binnen de ontwikkeling. Bij een functieverandering wordt bekeken in hoeverre de parkeerbehoefte van oude (te vervallen) functie(s) voldoende is voor de nieuwe functie(s). Met behulp van de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages wordt het verschil in parkeerbehoefte tussen de oude en de nieuwe functie(s) berekend voor alle momenten van de week. Op de parkeerbehoefte en de parkeerplaatsen van de oude functie kan alleen aanspraak worden gemaakt als deze functie aanwezig was uiterlijk vijf jaar voor de vaststelling van het plan.

Rechtspraak bij dit artikel