Corona: zijn de trends nog relevant?
Tijdens het schrijven van dit rapport (mei 2020) legt de coronacrisis het land plat. De precieze maat en schaal van de schade is nog onzeker. Voor publieksfuncties zoals winkels is al wel duidelijk dat de klap ongekend groot is. DTNP voorziet dat de meeste van de al bestaande winkeltrends alleen maar versterkt worden door deze crisis. We gaan hier later verder op in.
Online
Het aandeel aankopen dat online wordt gedaan is sinds 2011 sterk gestegen. Dit is voornamelijk te zien in de niet-dagelijkse sector waar ondertussen circa een kwart van de bestedingen online wordt gedaan. Maar ook in de dagelijkse sector is het online winkelen in opmars; met name in de laatste jaren is het online boodschappen doen in populariteit en aanbod toegenomen. De groei van online bestedingen gaat ten koste van bestedingen in fysieke winkels. Door de coronamaatregelen neemt de oriëntatie op online aankopen in veel branches toe4 CBS (2020), Omzet detailhandel 3,5 procent hoger in maart & Thuiswinkel.org (2020) , Forse stijgingen online omzet productverkopen sinds corona-uitbraak., ook onder doelgroepen die daar tot voor kort nog beperkt gebruik van maakten. Online spelers breiden hun capaciteit flink uit. Amazon had net voor de coronacrisis zijn Nederlandse website gelanceerd. De toenemende oriëntatie op online aanbod zal na de coronacrisis voor een deel een structureel onderdeel van het consumentengedrag zijn geworden.
Afname winkels, toename leegstand
Het aantal fysieke winkels neemt al jaren af. Dat geldt voor zelfstandigen (bijv. geen opvolging), maar de laatste jaren ook zeker voor winkelketens die zich niet goed kunnen onderscheiden van het online aanbod. Vooral het aantal niet-dagelijkse winkels is sterk in aantal gedaald.
Als gevolg hiervan is de leegstand toegenomen. Tot 2016 was er een duidelijke stijging te zien in de omvang van de leegstand (o.a. faillissement V&D). In de jaren daarna nam de leegstand iets af, voornamelijk doordat winkelpanden getransformeerd werden naar o.a. horeca, kappers en wonen. In de laatste paar jaar is er weer een toename in het aantal leegstaande panden te zien, juist ook in de centrumgebieden. De invulling door alternatieve functies wordt minder, terwijl de krimp aan winkels doorzet. Zo lijkt de groei in de horecasector af te vlakken en blijft moeilijk (snel) te transformeren leegstaand winkelvastgoed over (zoals overdekte winkelpassages).
Veranderend ruimtelijk gedrag consument
De afname van de bestedingen en toegenomen leegstand zijn niet in elk winkelgebied gelijk. De komst van online winkelen heeft grote veranderingen teweeggebracht in het koopgedrag van de consument. De consument is aan de ene kant op zoek naar gemak in gerichte aankopen en aan de andere kant naar iets bijzonders (kwaliteit product, activiteit, advies, locatie, etc).
Die gerichte aankopen gebeuren steeds meer online (voornamelijk niet-dagelijkse artikelen) en in het nabije, complete en gemakkelijke boodschappencentrum (voornamelijk dagelijkse artikelen).
Voor de totaalbeleving van een ‘dagje centrum’, waaronder ‘winkelen’, is de consument selectief. Alleen de echt grote binnensteden voldoen nog aan de gewenste diversiteit en massa aan winkels, horeca en activiteiten. Grote specialistische winkels als Zwijnenburg, waar ook een ‘totaalbeleving’ wordt geboden, zijn hierop een uitzondering.
Vooral veel middelgrote centra zijn tussen tafellaken en servet: dit zijn winkelgebieden met veel ‘standaard’ niet-dagelijks winkelaanbod en zonder het horeca/cultuuraanbod van de grote binnensteden. Deze centra worden minder gekozen door de consument en verliezen in rap tempo hun bovenlokale functie. Het zijn vooral deze gebieden die kwetsbaar zijn en te maken hebben met structurele leegstand. In Vijfheerenlanden is het centrum van Leerdam hier een kleine versie van.
Corona en de trends: in één keer jaren vooruit
Sinds de ‘intelligente lockdown’ blijven consumenten zoveel mogelijk thuis. Bestedingen voor dagelijkse boodschappen (supermarkt, drogist) in de nabije woonomgeving worden gewoon gedaan, terwijl recreatief winkelbezoek aan de hoofdwinkelstraten van grotere centra sterk terugvalt5 Ter illustratie: ING meldde voor medio maart in supermarkten zowel een hoger aantal pintransacties (± 25%) als een hoger pinbedrag (± 25%). In april en mei lag dit weer op een normaal niveau.. Schoenen- en kledingwinkels leiden grote omzetverliezen. Doordat mensen veel thuis zijn/werken, stijgen bestedingen in specifieke branches als doe-het-zelfartikelen en elektronica6 CBS (2020), Omzet detailhandel.. Behalve op de recreatieve detailhandelsbranches heeft de crisis grote negatieve invloed op de andere centrumvoorzieningen (horeca, kapper, bioscoop, museum, etc.). Ondertussen stijgt de online winkelomzet het sterkst sinds de start van de publicatie van de internetverkopen door het CBS. Ook marktonderzoekers, zoals GfK, zien ongekende groei in de online non-foodaankopen en ook bij online supermarkten zijn er wachttijden vanwege de drukte. Veel ondernemers en binnensteden worden ‘geforceerd’ zelf ook een grote stap te zetten in de online mogelijkheden.
Na een periode van economische voorspoed wordt Nederland nu geconfronteerd met de grootste daling van het consumentenvertrouwen en de koopbereidheid ooit gemeten7 CBS (2020), Grootste daling consumentenvertrouwen ooit [online] 22-04-2020.. Ook in de ‘goeie’ tijd had een groot deel van de detailhandel het al lastig. Consumenten (ook ouderen) raken intussen versneld gewend aan de online samenleving. Online spelers vergroten hun capaciteit en slagkracht. Tegelijkertijd tonen veel consumenten sympathie aan lokale ondernemers. Niettemin winnen gemak, snelheid, aanbod en prijs van de grote online spelers het vaak van de sympathie. Het is zeer de vraag in welke mate consumenten na de coronacrisis fysieke winkels weer terugvinden als aankoopplaats8 Nielsen (2020), Dutch online shopping habits are here to stay..
In elk geval moet rekening gehouden worden met afnemende bestedingen door (onzekerheid over) werkloosheid en economische recessie. Vooral conjunctuurgevoelige (niet noodzakelijke) bestedingen (horeca, uitgaan, mode, meubels, overig recreatieve aankopen) hebben hier onder te lijden. De effecten van de coronacrisis raken daarmee zowel op de korte als op de lange termijn voornamelijk hoofdwinkelgebieden (met meer dan primaire boodschappenfunctie). In grote lijnen zetten de al bestaande trends en hun gevolgen in versneld tempo door, alleen krijgen de grote binnensteden nu ook een klap.
Boodschappen doen: grote supermarkten
Waar in de niet-dagelijkse sector sprake is van krimp, is in de dagelijkse sector juist sprake van groei van het winkelvloeroppervlak. Dit wordt vooral veroorzaakt door de supermarktsector. De hevige concurrentie onder supermarkten wordt voornamelijk uitgevochten door schaalvergroting van winkels. Meer en grotere supermarkten betekent meer benodigd draagvlak.
Supermarktpartijen willen met de mooiste winkel op de beste locatie (bezoekgemak, omvang, etc.) de sterkste positie innemen in de lokale markt en zo concurrenten verdrukken. Dat betekent anno 2020 dat supermarktpartijen al snel een winkel van tussen de 1.200 en 1.800 m2 wvo willen bouwen. De groei in écht grote supermarkten (2.000+ m2 wvo) is beperkt. Kleine supermarkten in kleinere dorpen zijn moeilijk te exploiteren. In echt grote (en groeiende) binnensteden ontstaan meer specialistische en city-supermarkten, ‘mandjeswinkels’, tot circa 1.000 m2 wvo.
Supermarkten nemen een steeds groter ‘marktaandeel levensmiddelen’ voor hun rekening, waaronder zelfs thuisbezorging van warme maaltijden en consumptie ter plaatse (bijv. La Place bij Jumbo). Mede door de inspanningen van supermarktpartijen ontstaat een gespannen markt voor levensmiddelen (o.a. supermarkten, bakkers, slagers, Chinese restaurants, snackbars, Deliveroo, Picnic etc.): de groei van de één gaat al snel ten koste van de ander.
Trekkersfunctie supermarkten
Supermarkten zijn voor dorpscentra veruit de belangrijkste functie. Zij trekken duizenden bezoekers per week, meer dan elke andere centrumfunctie. Het online omzetaandeel in de boodschappensector is nog klein, maar groeit de laatste jaren snel.
Inpassing supermarkten en combinatiebezoek
Overige voorzieningen kunnen profiteren van de grote bezoekersaantallen van supermarkten, mits de supermarkt goed is ingepast in het winkelgebied. De onderlinge afstand en zichtrelatie zijn daarbij bepalende factoren. Uit door DTNP uitgevoerd onderzoek onder circa 3.000 respondenten in 20 dorps- en wijkcentra in Nederland blijkt dat circa 44% van de consumenten het supermarktbezoek combineert met een of meer andere winkels in hetzelfde winkelgebied. Dit geldt zowel voor service- als voor discountsupermarkten.
Het onderzoek toont aan dat het aandeel supermarktbezoekers dat ook andere winkels bezoekt, toeneemt naarmate meer winkels dicht bij de supermarkt liggen. Daarnaast blijkt dat het combinatiebezoek toeneemt naarmate er meer winkels in het zicht van de ingang van de supermarkt liggen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1