Om ook in de toekomst sterke centra te behouden zal er door gemeente, vastgoedeigenaren en ondernemers actie ondernomen moeten worden. De ambities realiseren is gezien de omstandigheden alles behalve een vanzelfsprekendheid.
Vaststellen en afstemmen van beleidskader
Om de gewenste winkelstructuur en daarbinnen de positie van winkelgebieden te realiseren, moet in de eerste plaats deze visie worden vastgesteld als vigerend beleid.
Bij de uitvoering van de detailhandelsvisie wordt aansluiting en afstemming gezocht met andere beleidssectoren zoals warenmarkten en standplaatsen, horeca, toerisme en recreatie, verkeer en parkeren, beheer en onderhoud openbare ruimte, evenementen en horeca en het traject van de omgevingsvisie.
Actualiseren bestemmings-/omgevingsplannen
Op basis van dit rapport worden winkelinitiatieven getoetst aan de gewenste detailhandelsstructuur. Het bestemmingsplan dan wel omgevingsplan (en handhaving daarvan) is het meest krachtige (juridische) instrument dat de gemeente tot haar beschikking heeft om ruimtelijk beleid te voeren. Hierin wordt door middel van bestemmingen en voorschriften structureel bepaald waar wel en waar geen detailhandel is toegestaan.
Bij het verplaatsen of verdwijnen van bestaande winkels buiten de centrumgebieden is het gewenst dat de detailhandelsbestemming na een termijn niet gebruikt te worden komt te vervallen.
Aan de slag: visie Leerdam-Centrum
De conclusie uit hoofdstuk vier is dat er behoefte is aan een actueel integraal plan op de toekomst van Leerdam-Centrum. Ambities voor en keuzes over winkels, horeca, toerisme, kunst en cultuur, het stadskantoor, vergroening, bereikbaarheid, leegstand, wonen, etc. moeten resulteren in een samenhangende ruimtelijke visie op de verdere ontwikkeling van het centrumgebied.
Aan de slag: opzetten overlegstructuur
Voor de opgave in de centra van Vianen en Leerdam (§4.2 en §4.3) is een grotere mate van ‘gezamenlijke bedrijfsvoering’ nodig. Naast ondernemers en de gemeente zijn ook de vastgoedeigenaren een belangrijke groep in de transformatie-opgave. Momenteel zijn die eigenaren nog beperkt aanwezig in de besluitvorming over de toekomst van de centra. Er ontbreekt nu een overlegstructuur met voldoende slagkracht vanuit deze ‘Gouden driehoek’.
Heldere keuzes over transformatie blijven uit, wat investeringen niet ten goede komt. Met een nieuwe gemeente en de urgentie vanuit de coronacrisis kan dit beleidskader daar het startschot voor zijn. Het alternatief is stagnatie in een snel veranderende wereld. Binnensteden die zich tijdig aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid (lees: compacter en gemengder worden) kunnen na de coronacrisis weer relevant worden. Zij lopen naar verwachting snel uit op achterblijvende centra die ‘dralen en verschralen’. Het periodiek samenbrengen van partijen stimuleert samenwerking, initieert contact en voorkomt miscommunicatie en onbedoelde tegenwerking.
Melden en handhaven
Ondernemers vragen vaak om handhaving van afgesproken regels. De gemeente kan niet alles in het (landelijk) gebied overzien en is mede afhankelijk van ondernemers en bewoners om activiteiten schriftelijk te melden. De gemeente verplicht zich binnen bestaand handhavings-beleid om meldingen op te volgen en zo nodig te handhaven.
Toegankelijkheid van de voorzieningen
Met name voor inwoners die buiten hun eigen woonplaats moeten zijn voor de dagelijkse winkelvoorzieningen zijn parkeergelegenheid, bewegwijzering, openbaar vervoer en verkeersveiligheid belangrijke thema’s. Ondernemers en gemeente kunnen samen de parkeermogelijkheden in de centra beter communiceren.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4