Hier worden nadere planvoorschriften opgenomen voor specifieke vormen van detailhandel buiten de centrumgebieden. Het betreft voorschriften over:
Volumineuze detailhandel;
Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit;
Internetwinkels en afhaalpunten;
Solitaire winkels.
1. Volumineuze detailhandel
Op de visiekaart in 3.2 staan drie bedrijventerreinlocaties aangeduid als locaties voor volumineuze detailhandel. Sommige winkels hebben vanwege de aard en omvang van de artikelen een grootschalige uitstalling nodig (bijv. tuincentra). Inpassing in centrumgebieden is daardoor ruimtelijk vaak niet mogelijk. Onder andere winkels binnen de volgende branches hebben daar mee te maken:
detailhandel in auto’s, motoren, boten, caravans en tenten;
detailhandel in keukens, badkamers, sanitair, tegels, bouwmarkten en andere allround doe-het-zelfzaken, tuincentra, detailhandel in woninginrichting;
andere detailhandel in uitsluitend zeer volumineuze artikelen (> 1 m3);
detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen. Deze branches hebben vaak zowel de volumineuze aspecten als onwenselijke aspecten met betrekking tot de veiligheid in centra.
Deze winkels zijn relevant vanuit de ambitie voor een groot en divers voorzieningenaanbod in de nabijheid. Zo is bijvoorbeeld enige spreiding van bouwmarkten over de gemeente gewenst. Dit soort winkels mogen vestigen op de drie aangeduide locaties. Om te voorkomen dat hier normale winkels vestigen, gelden deze regels:
er moet sprake zijn van een grote omvang (> 1.000 m2 bruto vloeroppervlak ofwel > 750 m2 wvo);
er mag geen branchevreemd aanbod worden verkocht. De verkoop van food is bijvoorbeeld niet toegestaan.
Voorkomen moet worden dat de verkeersaantrekkende werking van deze winkels onwenselijke of zelfs onveilige situaties creëren. De inrichting van bedrijventerreinen is gericht op bedrijvigheid en bedrijfsverkeer.
2. Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit
Er zijn situaties waarin detailhandel plaatsvindt als ondergeschikte nevenactiviteit, op een locatie met een andere hoofdactiviteit. Voorbeelden van detailhandelsactiviteiten in deze vorm zijn het maken en verkopen van een kentekenplaat bij een autogarage, de verkoop van zelfgemaakt houten speelgoed vanuit je woning of de verkoop van beschadigde exemplaren bij een stoelenfabriek. Daarbij is een detailhandelsbestemming niet nodig wanneer er aantoonbaar sprake is van ondergeschiktheid. Dit houdt in dat de ruimtelijke uitstraling en verkeersaantrekkende werking overeenkomen met de hoofdactiviteit en niet met de detailhandelsactiviteit. Er is dan dus niet te zien of merken dat er ook verkoop aan consumenten plaatsvindt.
Vanwege de ambitie voor winkelgebieden is het gewenst zeer terughoudend om te blijven gaan met het toestaan van deze vormen van functiemenging. De volgende vormen van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit vragen extra toelichting in de gemeente Vijfheerenlanden:
Detailhandel bij agrarische bedrijven
Omwille van de vitaliteit op het platteland is de verkoop ter plaatse van lokaal-geproduceerde producten door een agrarisch bedrijf beperkt toegestaan. Deze vorm van detailhandel is voor ondernemers een extra inkomstenbron en is aantrekkelijk voor recreanten in het buitengebied. Als uitzondering is hier daarom wel een uitstraling als verkooppunt toegestaan.
Aangezien het de verkoop van voedingsmiddelen betreft, is er een directe samenhang met de ambitie om een sterke dagelijkse winkelfunctie te behouden in de centra (juist in de dorpen in het landelijk gebied) en de daarvoor beschikbare marktruimte (bijlage B). Een autonoom verkooppunt met een uitgebreid assortiment bij een boerderij is daarom niet gewenst. Dergelijke verkoop is welkom in de centra (voorbeeld Appeltje-Eitje) en doet elders afbreuk aan de toekomstbestendigheid van die centra. De verswinkels in de centra zijn gemiddeld klein, een boerderijwinkel zit daar qua omvang al snel in de buurt16 De gemiddelde omvang van dagelijkse winkels, exclusief supermarkten, in de centrumgebieden van Vijfheerenlanden is 75 m2 wvo.. Om de balans met de hoofdambitie vanuit de detailhandel te bewaken zijn er concrete richtlijnen opgenomen voor detailhandelsactiviteiten van deze soort:
de fysieke uitstalruimte die gericht is op en/of toegankelijk is voor consumenten beperkt zich tot maximaal 20% van de bebouwing en is niet meer dan 50 m² wvo;
de verkochte artikelen zijn lokaal vervaardigd.
Detailhandel bij trafficlocaties
Verkoop bij trafficlocaties is beperkt mogelijk. Hier horen overwegend producten verkocht te worden die gericht zijn op de betreffende reizigersdoelgroep. Producten die zijn gericht op de reiziger zijn bedoeld voor consumptie/gebruik onderweg of ter plaatse (flesje water, koffie, belegde broodjes, snacks, tijdschriften, etc.). Bij tankstations voor automobilisten zijn aanvullingen als motorolie en lampen mogelijk. Om te voorkomen dat er bij trafficlocaties een reguliere winkel ontstaat (met een compleet assortiment en/of met functie voor direct omliggende buurt) wordt de omvang van de winkel beperkt tot maximaal 50 m2 wvo. Hiermee wordt aantasting van de lokale winkelstructuur voorkomen.
3. Afhaalpunten
Afhaalpunten van internetwinkels passen goed binnen de wenselijke winkelstructuur. Wanneer de consument ter plaatse komt, is er sprake van een ruimtelijke detailhandelsactiviteit, die planologisch als zodanig wordt beoordeeld (incl. showroom en afhaalloket). Deze activiteiten zijn derhalve alleen toegestaan in de centra. Internetwinkels waar alleen sprake is van opslag en logistiek zijn vanzelfsprekend op de bedrijventerreinen toegestaan.
4. Solitaire winkels
Winkels buiten de centrumgebieden worden niet ondersteund in aanvragen voor ontwikkeling of verplaatsing naar een andere solitaire locatie. Ze kunnen binnen de bestaande mogelijkheden blijven functioneren (bestaande rechten) of naar een centrum verplaatsen.
Afwijkingsbevoegdheid
In de dynamische winkelsector is het mogelijk dat sommige (wenselijke) toekomstige initiatieven niet in dit beleidskader zijn te vatten. De gemeente zal in dat geval handelen in de geest van deze visie, eventueel in overleg met een afvaardiging van de ondernemers. Het college heeft de bevoegdheid in bijzondere gevallen af te wijken.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3