Naar hoofdinhoud
Verleende structurele subsidies die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de periode als bedoeld in artikel 2 worden, met inachtneming van de rest van dit artikel, in beginsel betaalbaar gesteld, ongeacht of de doelen die met de subsidie worden beoogd geheel of gedeeltelijk kunnen worden behaald in deze periode, tenzij van de aanwezige mogelijkheid uit het derde lid geen gebruik wordt gemaakt. Indien noodzakelijk kunnen subsidietermijnen eerder betaalbaar worden gesteld of kan een voorschot betaalbaar worden gesteld. Activiteiten die geen doorgang kunnen vinden in de periode genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen c en d worden indien mogelijk verzet naar een later tijdstip in het subsidiejaar 2021, mits de dan geldende coronamaatregelen de activiteit op dat latere tijdstip mogelijk maken. Als uit de aanvraag tot vaststelling van de subsidie, als bedoeld in artikelen 13, 14 of 15 van de verordening, die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de periode genoemd in artikel 2, blijkt dat de subsidieontvanger kosten heeft bespaard vanwege de coronamaatregelen of de voorzieningen uit het vijfde lid, wordt de subsidie lager vastgesteld dan verleend, ter hoogte van de werkelijk gemaakte kosten. Subsidieontvangers maken redelijkerwijs gebruik van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW), de regelingen voor de culturele en creatieve sector en andere door het Rijk getroffen en nog te treffen maatregelen die gericht zijn op het wegnemen of beperken van schade die vanwege de uitbraak van Covid-19 en de coronamaatregelen zijn ontstaan. Indien een subsidieontvanger geen gebruik maakt van één van die voorzieningen, terwijl dat had gekund, kan de subsidie evenredig aan het hierdoor misgelopen bedrag lager vastgesteld worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel