Naar hoofdinhoud
Ontvangers van incidentele subsidies dienen onverwijld bij het college melding te maken van gesubsidieerde activiteiten die vanwege de coronamaatregelen niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht als bedoeld in artikel 11, eerste lid van de verordening. Verleende subsidie voor activiteiten die vanwege de coronamaatregelen niet kunnen plaatsvinden in de periode als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, mag worden aangewend voor een gelijksoortige activiteit die later in het subsidiejaar 2021 plaatsvindt. Voor een uitgestelde activiteit als bedoeld in het tweede lid hoeft geen nieuwe subsidieverlening te worden aangevraagd. Als uitstel als bedoeld in het tweede lid leidt tot meerkosten, is voor deze meerkosten geen aanvullende subsidie mogelijk. Als de activiteit waarvoor subsidie is verleend geen doorgang kan vinden of slechts doorgang kan vinden in een volgend subsidiejaar, wordt de subsidie na een aanvraag tot vaststelling van de subsidie vastgesteld op nihil op grond van artikel 4:46, tweede lid, aanhef en onderdeel a van de Awb. Als de activiteit niet geheel kan plaatsvinden wordt de subsidie navenant lager vastgesteld. In afwijking van het vijfde lid komen voorbereidingskosten die aangetoond werkelijk zijn gemaakt, voor subsidiëring in aanmerking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel