Bij het bepalen van interventies is er iedere keer sprake van maatwerk. Het maakt hierin niet uit of er een groepsaanpak komt of dat er een monodisicplinaire actie komt. Waar de ene keer een gesprek met een jongerenwerker nodig is, zal een andere keer de locatie vaker bezocht moeten worden door de jeugd-BOA en de wijkagenten.
In dit hoofdstuk wordt een aantal handelingsopties beschreven. Het is aan de gezamenlijke ketenpartners om te bepalen welke aanpak passend is.
Groep/locatie
Gesprek jongerenwerker
Een gesprek tussen de jongerenwerker en groep is een belangrijke interventie. Uit de gesprekken kan duidelijk worden hoe het gaat met de groep en de individuele jongeren. Uit deze gesprekken kan bijvoorbeeld naar voren komen dat er behoefte is aan activiteiten die het jongerenwerk kan organiseren.
Aanpassen locatie
Is de locatie geschikt voor jongeren om elkaar te ontmoeten, maar wordt er overlast ervaren dan vergt dit andere interventies als dat de locatie niet geschikt is. Het plaatsen van extra prullenbakken kan een oplossing bij vervuiling zijn. Voor de locatie kan ook gedacht worden aan het (ver)plaatsen van straatmeubilair of het plaatsen van verlichting.
Extra toezicht
De locatie kan als hotspot worden aangemerkt. De BOA’s en politie bezoeken deze locatie dan frequenter. Er kan ook worden nagedacht over het plaatsen van een mobiele camera (besluit burgemeester).
Aanspreken op gedrag
Jongeren worden aangesproken op hun gedrag. Als ze beter op een andere locaties kunnen staan, worden hiernaar verwezen. BOA’s en politie kunnen indien nodig waarschuwen of repressief optreden.
Bureau Halt
Er kan bij bepaalde lichtstrafbare feiten verwezen worden naar Bureau Halt.
Verrijken van informatie
De informatie over de groep zal verrijkt moeten worden. Iedere partner levert informatie aan de hand van een namenlijst die opgesteld is met elkaar. Aan de hand van deze informatie zal in ieder geval een plan van aanpak komen op de groep. Er wordt dan ook gekeken naar hoe de jongere zich in de groep gedragen. Dit wordt gedaan met de plus-min-mee-methode.
Individu
Zorgbrief
Er kan een brief naar de jongere en zijn/haar ouders/verzorgers gestuurd worden. De strekking van de brief is dat er zorgen zijn en dat er hulp mogelijk is. In de brief naar de jongere wordt verwezen naar het jongerenwerk, met wie gesproken kan worden.
Zorgbrief met uitnodiging voor gesprek
De jongere en zijn/haar ouders ontvangen een brief met een uitnodiging voor een gesprek met de wijkagent en de procesregisseur. Aanleiding is dat er zorgen zijn en dat de jongere besproken gaat worden in een overleg. Het doel is om in het gesprek te bespreken met elkaar hoe het gaat en of er behoefte is aan ondersteuning.
Brief met uitnodiging voor gesprek
De jongere en zijn/haar ouders ontvangen een brief met een uitnodiging voor een gesprek met de teamchef van de politie en de burgemeester. Aanleiding is dat er zorgen zijn en dat het gedrag van de jongere is negatieve zin opvalt. Het doel is om in het gesprek dit te bespreken met elkaar en zorg aan te bieden.
School / leerplicht
De school en de leerplichtambtenaar kunnen een rol spelen. De school kan bijvoorbeeld preventieve activiteiten aanbieden. De leerplichtambtenaar kan ook een traject starten en heeft ook de bevoegdheid om eventueel een proces-verbaal wegens schoolverzuim op te stellen.
Lokale PGA / Top-X aanpak
Jongeren waar de kernpartners zorgen over hebben kunne worden aangemeld voor de lokale PGA. Hierin wordt een integrale aanpak opgesteld voor de jongere. Hierbij is het ook mogelijk om verder op te schalen naar de Top-X aanpak van het Veiligheidshuis.
Artikel 5.