Zoals eerder gezegd zoeken jongeren elkaar buiten op. Dat mag en hoort ook. Dit kan gepaard gaan met overlast. Wat is overlast? En wanneer is sprake van problematisch gedrag van jeugdgroepen? Dit hoofdstuk gaat hier verder op in.
In het Operationeel Jeugdoverleg worden de groepen jongeren en de locaties waar zij aanwezig zijn besproken. We werken met de handreiking van Bureau Beke. Daarnaast moet ook gekeken worden naar de meldingen; waar komen de meldingen vandaan, hoeveel meldingen zijn er? De antwoorden op deze vragen en uit deze handreiking worden gewogen met elkaar. Daarnaast is ook belangrijk dat gekeken wordt naar de meldingen. Dat gebeurt op basis van deze schaal:
De duiding van de cijfers komt overeen met de duiding van kleuren uit het plan van aanpak van gemeente Houten.
0-3
Er komen weinig tot geen meldingen van buurtbewoners over lichte overlast door jongeren. De overlast is vaak onbedoeld. Er worden geen strafbare feiten geconstateerd door buurtbewoners en professionals. Jongeren hangen rond en zorgen soms voor (tijdelijke) geluidsoverlast. Ook kan de locatie vervuild achtergelaten worden door de groep jongeren.
4-6
Er komen er meer meldingen van buurtbewoners over overlast door jongeren. De overlast lijkt van meer structurele aard. De overlast is vaak nog onbedoeld en de groep is aanspreekbaar. Het gedrag is wel meer intimiderend. Er kunnen ook strafbare feiten worden geconstateerd door buurtbewoners en professionals, zoals lichte vernielingen en gebruik van alcohol en/of drugs.
7-8
Er is wekelijks overlast door de groep jongeren en of op de locaties. De jongeren zelf zijn moeilijker of niet aanspreekbaar. De jongeren vertonen intimiderend gedrag. Er zijn meer vernielingen en gebruik van drugs en of alcohol komt ook voor.
9-10
Er hangen jongeren op straat waarbij sprake is van criminele activiteiten of zijn er locaties waar criminele jongeren aanwezig zijn met regelmaat. Jongeren kunnen bijvoorbeeld omstanders bedreigen. Er kunnen zware vernielingen plaatsvinden, maar ook dealen of gewelds- en vermogensdelicten.
Plus-min-mee-methode
De jongeren in de groep worden aan de hand van de plus-min-mee-methode ingedeeld. Deze methode is ontwikkeld door Straatcontact. Met deze methode wordt in beeld gebracht welke positieve (plus) en negatieve (min) jongeren effect hebben in de jeugdgroep. Daarnaast wordt in beeld gebracht wie de meelopers zijn en met wie (plus of min) ze mee (gaan) lopen. Met deze informatie kan ook beter bepaald worden welke interventie nodig is op het individu.
Figuur 2 Plusminmee-schema van Straatcontact
Artikel 4.