De inzet van politie en handhaving wordt voorafgaand aan de demonstratie afgestemd tussen de politie en de gemeente. Op basis van de risico analyse wordt ook afgestemd met het openbaar ministerie. Ook worden er beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen (voorbeeld in bijlage 2) opgesteld. Deze beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen zijn door het bevoegd gezag opgestelde handvatten voor de politie om op te kunnen treden tijdens een lopende demonstratie . Deze worden, voor zover afwijkend van de standaard, in de driehoek besproken en vastgesteld. De inzet van de politie is onder andere afhankelijk van de aard van de demonstratie, locatie, tijdstip en ervaringen uit het verleden. Dit is dus per demonstratie verschillend. De beschikbare capaciteit van de politie speelt een belangrijke rol bij de afweging over het al-dan-niet onder bepaalde voorwaarden laten doorgaan van de demonstratie of het verbieden daarvan. Hierbij is een complicerende factor dat het aantal deelnemers een variabele is die niet altijd goed te voorspellen is.
Optreden en opschalen van de politie tijdens de demonstratie, anders dan hun dagelijkse optreden (bv uitschrijven bekeuringen of aanspreken van deelnemers op hun gedrag) gebeurt altijd in overleg met de burgemeester. Hierbij kan gedacht worden aan zaken als inzet ME en inzet van bijzondere middelen als waterwerper. Alleen als er spoed is en overleg niet kan worden afgewacht kan de politie direct ingrijpen (Art 11 Wom). De strafrechtelijke handhaving valt onder het gezag van de officier van justitie.
Artikel 5.
Inzet politie en handhaving
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Haarlem houdende regels omtrent demonstraties