Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of een verandering aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd: Indien de bruikbaarheid van de weg onvoldoende wordt gewaarborgd; Indien de uitweg gevaar oplevert voor het overige verkeer; Indien de uitweg onnodig of onaanvaardbaar ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; Indien de uitweg onnodig of onaanvaardbaar ten koste gaat van het openbaar groen; Indien het betreffende perceel reeds over een uitrit beschikt. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening Gelderland. Bestemmingsplannen Aanvragen worden altijd getoetst aan het vigerende bestemmingsplan. In sommige bestemmingsplannen zijn voorwaarden opgenomen voor uitritten. Precedentwerking Door anderen in het verleden verworven rechten op het maken/hebben van een (vergelijkbare) uitrit in de directe omgeving, kunnen niet leiden tot een andere conclusie dan die op grond van de in deze beleidsregels omschreven criteria is getrokken. De gemeente heeft te allen tijde het recht de aanvraag te weigeren, ook als er sprake lijkt van een precedent. Hardheidsclausule In de uitzonderlijke gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, of wanneer strikte toepassing van deze beleidsregels leiden tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt, kan door het college van burgemeester en wethouders ontheffing verleend worden van bepalingen uit deze beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel