De bruikbaarheid van de weg mag nooit worden aangetast. Een vergunningaanvraag die niet aan de bruikbaarheid en verkeersveiligheid voldoet wordt geweigerd.
Dit is het geval indien de uitrit:
de doorstroming van het verkeer beperkt;
de verkeersveiligheid aantast;
zorgt voor onvoldoende veilige manoeuvreerruimte;
uitkomt op een gebiedsontsluitingswegen (50 km/uur binnen bebouwde kom met uitzondering van wegen op bedrijven Pavijen, 80 km/uur buiten bebouwde kom;
op een plaats komt waar het zicht vanaf de uitrit op de weg/fietspad/voetpad onvoldoende is;
zorgt dat de weg/fietspad/voetpad niet gebruikt kan worden waarvoor deze/dit is aangelegd of wanneer je over het fietspad/voetpad moet rijden om de uitrit te kunnen bereiken.
op of bij een rotonde
op of bij een kruising/splitsing van wegen ligt of minder dan 5 meter daar vandaan;
binnen 5 meter van het tangentpunt van een bocht uitkomt;
op of binnen een afstand van 5 meter van een voetgangersoversteekplaats (zebra) ligt;
op of binnen een afstand van 5 meter van een bushalte ligt;
op een plaats komt waar verlichting of bebording staat en deze in verband met veiligheid niet kan worden verplaatst;
tot gevolg heeft dat staatmeubilair/nutsvoorzieningen/andere obstakels verplaatst moeten worden als hiervoor in de directe omgeving geen geschikte alternatieve locatie voorhanden is en/of er goedkeuring is van de wegbeheerder en/of eigenaar van het object.
belemmeringen veroorzaakt voor het in-/uitrijden van één of meerdere bestaande uitritten of garages.
3
Artikel 3.1