Van algemeen gebruikelijk is sprake als een voorziening of dienstverlening:
- - niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;
- - daadwerkelijk beschikbaar is;
- - een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en;
- - financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
Voorbeelden zijn:
- - Kreuk en strijkvrije kleding
- - Fiets
- - Schoonmaakmiddelen
- - Wandelstok
- - Rollator
- - Wasdroger
- - Wasmachine
- - Vaatwasser
Tot het jaar 2020 was het begrip algemeen gebruikelijk niet opgenomen in de wet. Sinds 2020 is dit wel het geval. Voor de uitleg van het begrip verwijst de wetgever naar de jurisprudentie. Met de hierboven genoemde criteria sluiten we aan op de rechtspraak en laten we zien dat we ook de nieuwe koers van de hoogste rechter (ingezet op 20-11-2019, zie ECLI:NL:CRVB:2019:3535 en ECLI:NL:CRVB:2019:3690) volgen. Nieuw (geobjectiveerd) element is hetgeen financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Hieronder verstaan we een inkomen op bijstandsniveau, in de zin van de Participatiewet. Met een uitkering algemene bijstand (levensonderhoud) wordt iemand in staat geacht te voorzien in de noodzakelijke algemene bestaanskosten, waaronder ook kosten die slechts incidenteel voorkomen. Bij de beoordeling of een voorziening of dienst algemeen gebruikelijk is, zoekt het college nadrukkelijk naar de link tussen de Wmo en de Participatiewet; doel hiervan is zo integraal mogelijke dienstverlening aan inwoners te bieden.