Definitie van het resultaat:
Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft:
De inwoner moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrek, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap.
De afbakening van activiteiten die onder de voorziening vallen en welke niet: Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van Huishoudelijke Ondersteuning.
De normering van de voorziening:
Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning, maken we gebruik van het HHM-normenkader.
De mogelijkheid om voor bijzondere situaties af te wijken van de basis in het normenkader schoon en leefbaar huis:
Wanneer inwoner(s) als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit zijn bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren, het klaarzetten van maaltijden en beschikken over schone kleding.
Extra inzet
Enige extra inzet
Enige extra inzet is aan de orde als er bijvoorbeeld duidelijk iedere week extra goed moet worden schoongemaakt of er door de aandoening/beperking van mensen duidelijk vaker bepaalde schoonmaakwerkzaamheden moeten worden gedaan. Bijvoorbeeld het iedere week extra goed stofvrij houden, iedere week extra veel stofzuigen, iedere week veel nat moeten afnemen, iedere week toiletten en badkamer heel grondig schoon moeten maken. Dit gebeurt dan in de praktijk tijdens het 1 x per week schoonmaken.
Extra veel inzet
Als veel extra inzet nodig is, zien we in de praktijk vaak dat sprake is van noodzaak van 2 schoonmaakmomenten per week. Omdat een extra schoonmaakronde van toiletten of badkamer nodig is of omdat extra vaak stofzuigen/afstoffen nodig is.
Deze extra inzet doe je op basis van de specifieke situatie van de cliënt en vaak ook in afstemming met de schoonmakende partij.
Extra kamer “niet in gebruik”
Een kamer “niet in gebruik” betekent: “niet in gebruik als slaapkamer”.
Als een kamer echt niet wordt gebruikt of wordt gebruikt voor het ophangen van de was of als een werkkamer of zo, dan is 20 minuten schoonmaken per maand toereikend om deze kamer bij te houden.
Extra kamer “in gebruik”
Een kamer in gebruik betreft een slaapkamer die ook werkelijk als slaapkamer wordt gebruikt.
Wasverzorging
De wasverzorging kan worden ingezet als een inwoner of iemand uit het netwerk het niet lukt om de kleding, linnen- of beddengoed op orde en schoon te houden. Het resultaat is dat de inwoner de beschikking heeft over schone en draagbare kleding en linnen- en/of beddengoed.
Van de inwoner wordt verwacht dat die beschikt over een wasmachine en droger. Als er geen wasmachine of droger is, behoort het aanschaffen van een wasmachine en droger tot de verantwoordelijkheid van de inwoner. Het plaatsen van de wasmachine en droger op een verhoging is de verantwoordelijkheid van de inwoner.
Daarnaast wordt van de inwoner verwacht al het mogelijke te doen om het ontstaan van extra was te beperken. Door bijvoorbeeld incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten te gebruiken.
Strijken
Het strijken kan worden ingezet als een inwoner of iemand uit het netwerk het niet lukt. Wat betreft het strijken van de was worden geen beddengoed, handdoeken, washandjes, theedoeken, vaatdoeken, zakdoeken, ondergoed en onderkleding gestreken. Wat betreft de bovenkleding wordt uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding, die in principe kreuk- en strijkvrij is.
Zijn er algemene of voorliggende voorzieningen aanwezig die tot het gewenste resultaat kunnen leiden? Dan hoeft de gemeente (hierin) niet te ondersteunen. Als er sprake is van een huisgenoot valt dit resultaat (wassen en strijken) vrijwel altijd onder de reikwijdte van gebruikelijke hulp en biedt het college geen ondersteuning.