Naar hoofdinhoud
Als algemeen uitgangspunt geldt: "mens volgt werk". Bij de plaatsing wordt rekening gehouden met: de aanstelling van de medewerker (bepaalde tijd of onbepaalde tijd); of de medewerker functievolger / niet- functievolger is; de door de medewerker kenbaar gemaakte belangstelling; de (mate van) geschiktheid van de medewerker voor de functie van zijn eerste en tweede voorkeur, zoals die blijkt uit opleidings- en ervaringsgegevens, beoordelings-, functionerings-, pop-gesprekken e.d. en eventuele assessments; bij de plaatsing wordt de volgende volgorde gehanteerd: 1) plaatsing in een gelijke functie, 2) plaatsing in een passende functie, 3) plaatsing in een geschikte functie. De medewerker is verplicht mee te werken aan gesprekken en assessments die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens genoemd in het eerste lid, onder d. De kosten van deze assessments komen voor rekening van de werkgever. Als een medewerker wordt geplaatst in een passende functie waarvan de waardering een schaal lager ligt dan de functionele schaal in de oude organisatie van de medewerker, dan geldt voor het bevoegd gezag en de medewerker een blijvende inspanningsverplichting om alsnog tot plaatsing in een andere passende of geschikte functie binnen de nieuwe organisatie te komen waarvan de waardering overeenkomt met de feitelijke functieschaal van de medewerker. Om in een passende functie te worden geplaatst is het voldoen aan de functie-eisen, of op grond van om-, her-, of bijscholing kunnen voldoen aan de functie-eisen, vereist. Hierbij wordt in principe uitgegaan van een termijn van één jaar, waarin een medewerker door middel van scholing de noodzakelijk kwaliteit en kennis, benodigd voor de functie, kan verwerven.

Rechtspraak bij dit artikel