1. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van deze verordening kan de burgemeester, indien het belang van de openbare orde en veiligheid dat naar zijn/haar oordeel vereist, de sluiting bevelen van een speelautomatenhal.
2. Indien de in het eerste lid genoemde belangen de sluiting naar zijn/haar oordeel niet langer vereisen, heft de burgemeester de sluiting op.