1. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tegemoetkoming kinderopvang via een Sociaal Medische Indicatie gemeente Almelo 2021.

2. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

3. Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen voor een tegemoetkoming via een sociaal medische indicatie die zijn ingediend op of na 1 januari 2022.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo op 15 december 2020.

de secretaris, de burgemeester,

F.W. van Ardenne, A.J. Gerritsen

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Doel van deze beleidsregel

Voor dit artikel is geen nadere uitleg nodig.

Artikel 2. Betekenis van de begrippen

Voor dit artikel is geen nadere uitleg nodig.

Artikel 3. Doelgroep

Lid a

Lid a legt zich toe op de situatie dat de sociaal-medische indicatie wordt verleend op basis van de in de ouder gelegen factoren. Bij de ouder kan onder andere mogelijk sprake zijn van overbelasting of gedeeltelijke onmacht door een lichamelijke, (licht) verstandelijke of psychische beperking en/of verslavingsproblematiek waarbij al maximale hulp is of wordt ingezet. Hulp kan dan bijvoorbeeld worden verkregen vanuit de GGZ en/of de Wmo. De kinderopvang SMI kan bijvoorbeeld worden ingezet tijdens het opstarten van het hulpverleningstraject, dan wel als blijkt dat de geboden hulpverlening (nog) niet voldoende is.

Lid b

Lid a legt zich toe op de situatie dat de sociaal-medische indicatie wordt verleend op basis van kindfactoren. De kinderopvang is nodig voor een veilige, goede en gezonde ontwikkeling van het kind. Bij het indiceren vanuit het kind gezien, dient allereerst de medische en sociale situatie in kaart te zijn gebracht door deskundige hulpverleners. Vanuit die situatie kan aanvullende kinderdagopvang een deel van de oplossing van de verzorgingsproblematiek zijn. Ook kan in pedagogische noodsituaties kinderopvang een aanvullende plaats hebben.

Artikel 4. Aanvraag van een tegemoetkoming op basis van een Sociaal Medische Indicatie

Voor dit artikel is geen nadere uitleg nodig.

Artikel 5. Voorwaarden om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen

De doelgroep die voor deze regeling in aanmerking komen zijn gezinnen waarvan de ouders (tijdelijk) geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en waarbij is vastgesteld dat er sprake is van een sociaal-medische beperking bij de ouder zelf of het kind. Eén of meerdere van deze beperkingen maken het noodzakelijk dat kinderopvang nodig is, omdat de ouder bijvoorbeeld niet voor het kind kan zorgen of omdat anders de ontwikkeling van kind gevaar loopt.

De ouder en/of partner die niet werkt/werken of waarvan één van de ouders niet werkt, kunnen geen aanspraak maken op kinderopvangtoeslag. Als er sprake is van sociaal-medische problematiek binnen het gezin is het soms toch noodzakelijk om het kind te laten deelnemen aan de kinderopvang. De leeftijd van het kind ligt meestal tussen jonger dan een jaar en de middelbare schoolleeftijd.

Artikel 6. Aanspraak op tegemoetkoming

Lid 1 sub a

De noodzaak voor een SMI dient gebaseerd te zijn op een advies van een onafhankelijke instantie zoals bijvoorbeeld het consultatiebureau (jeugdarts of jeugdverpleegkundige) of een huisarts. Het advies tot noodzaak van een SMI kan ook afgegeven worden door een, gezinscoach, intaker of wijkcoach van de gemeente Almelo.

Lid 3

De tegemoetkoming is bedoeld als een vangnet. Als de informele kinderopvang (opvang door buurt, familie, mantelzorger etc.) of andere voorliggende voorzieningen uitkomst kunnen bieden voor de opvangvraag, dan moet daarvan gebruik worden gemaakt.

Wel zal altijd getoetst moeten worden of de voorliggende voorziening toereikend en passend is gelet op het doel waar deze voor bestemd is. In sommige situaties kan de tegemoetkoming voor de kinderopvang ingezet worden ter aanvulling op de voorliggende voorziening.

Onder een voorliggende voorziening verstaan we in de gemeente Almelo:

a. Opvangmogelijkheden via het eigen sociale netwerk;

b. Opvang via de Zorgverzekeringswet;

c. Opvang via de Wet kinderopvang;

Ad A. Het eigen sociale netwerk zien wij als een voorliggende voorziening op de kinderopvang. Het sociale netwerk is een groep mensen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. Daarbij horen mantelzorgers, net als (andere) familieleden, vrienden, buren en collega’s. Bij de aanvraag wordt besproken of de ouder een beroep kan doen op ondersteuning vanuit het sociale netwerk en in welke mate hiervan sprake kan zijn.

Ad B. Vanuit de aanvullende verzekering kan de zorgverzekeraar een vergoeding verstrekken voor de kinderopvang. Dit kan per verzekeraar verschillen. Bijvoorbeeld wanneer de ouder, partner of een ander kind binnen het gezin wordt opgenomen in het ziekenhuis. Mogelijk kan er ook aanspraak worden gemaakt op vergoeding van onder andere speltherapie of psychosociale therapie die bijdragen aan het verbeteren van de gezinssituatie.

Ad C. Indien de (vergoeding van de) opvang vanuit de Wet kinderopvang kan worden ingezet, gaat dit boven de SMI-regeling. Hiervoor gelden andere criteria en spelregels. De ouder kan dan in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Deze toeslag dekt niet alle kosten voor de kinderopvang. Er resteert een eigen bijdrage.

Artikel 7. Omvang van de tegemoetkoming

De omvang van de tegemoetkoming wordt door de indicatiesteller bij de gemeente of GGD vastgesteld. Het betreft maatwerk: de intaker en/of wijkcoach van de gemeente maakt hier, in overleg met de ouders, een afweging die passend is voor iedere afzonderlijke situatie en aansluit op de behoeften van het kind/ouders.

Artikel 8. Duur van de tegemoetkoming

Kinderopvang via een SMI is bedoeld als een tijdelijke oplossing en daarmee niet structureel van aard. Met de inzet van een SMI wordt er gewerkt aan een oplossing voor de langere termijn voor de desbetreffende ouders en/of het kind.

Artikel 9. Hoogte van de tegemoetkoming

Lid 1

Als ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst dan komen zij niet in aanmerking voor een tegemoetkoming via de gemeente. De tegemoetkoming is alleen bedoeld voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar waarbij het voor de ouders en/of het kind wel zeer wenselijk is, dat het kind voor een aantal uren per week opvang krijgt.

Lid 2

De hoogte van de tegemoetkoming betreft de feitelijke kosten die in rekening worden gebracht door de kinderopvang. Dit kan per kinderopvang verschillend zijn, aangezien zij verschillende uurtarieven hanteren. We vergoeden alleen het uurtarief dat in rekening wordt gebracht door de kinderopvang. Indien het uurtarief van de kinderopvang goedkoper is dan het maximum uurtarief van de Belastingdienst, vergoeden we alleen het uurtarief dat in rekening wordt gebracht door de kinderopvang.

De hoogte van het maximum uurtarief is afhankelijk van het soort kinderopvang (bijvoorbeeld een Kinderdagopvang of BSO). We vergoeden alleen de kinderopvang van een in het LRK geregistreerde kinderopvangorganisatie.

Artikel 10. Betaling eigen bijdrage ouders

Hiermee wordt bereikt, dat ouders eenzelfde bijdrage betalen voor zowel de reguliere kinderopvang als voor de kinderopvang op sociaal medische indicatie. Voor de berekening van de ouderbijdrage kan gebruik worden gemaakt van de rekentool op de website van de belastingdienst.

Artikel 11. Aanmelding en betaling van de tegemoetkoming

Voor dit artikel is geen nadere uitleg nodig.

Artikel 12. Wederkerigheid

De beoordeling van de aanvraag voor de tegemoetkoming komt neer op maatwerk. Het college kan daarbij een eis van wederkerigheid stellen.

Dit is een verplichting voor de ouder en/of diens partner om te werken aan de vermindering en/of verbetering van het onderliggende probleem (bijvoorbeeld het zoeken naar hulp in verband met een alcoholverslaving om uiteindelijk van deze verslaving af te komen), waardoor een tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang op den duur niet meer noodzakelijk is.

Lid 3

De tegemoetkoming kan worden ingetrokken als een ouder na meerdere waarschuwingen ondubbelzinnig geen medewerking verleent aan de verbetering en/of vermindering van zijn of haar situatie.

Artikel 13. Begeleiding van ouders waarvan het kind opgroeit in een (chronische) onveilige thuissituatie

Het gaat hierbij om kinderen van ouders met bijvoorbeeld niet aangeboren hersenletsel (NAH), ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB) en ouders met verslavings- of psychische problemen waarbij sprake is van een (chronische) onveilige thuissituatie en waarbij de thuissituatie erg zorgelijk en complex kan zijn. Vooral bij deze situaties is het van belang dat er een goede regievoering is vanuit de wijkcoach.

Als er sprake is van deze doelgroep dan:

1. gaat de wijkcoach standaard mee naar de plaatsing van het kind van de betreffende ouders, zodat bij de kinderopvangorganisatie bekend is wie de verantwoordelijk wijkcoach is. De wijkcoach verstrekt hierbij de contactgegevens zodat de kinderopvangorganisatie altijd een direct nummer heeft voor het geval er bijvoorbeeld vragen en/of zorgen zijn rondom het kind.

2. is de wijkcoach het aanspreekpunt voor de pedagogisch medewerker als er zorgen zijn over (de ontwikkeling van) het kind.

3. organiseert de wijkcoach een halfjaarlijkse evaluatie met de ouders en de pedagogisch medewerker van het kind over de gang van zaken en de ontwikkeling. Hoe gaat het met het kind op de opvang? Voldoet het aantal uren opvang of is juist meer of minder nodig? Aanspreekpunt voor ouders m.b.t. het wijzigen, uitbreiden of minderen van het aantal uren opvang. Dit wordt overlegd met de contactpersoon van de opvangorganisatie. De wijkcoach geeft de wijzigingen door aan de uitkeringsconsulent van de gemeente Almelo en op basis hiervan wordt er een nieuwe beschikking afgegeven door de gemeente.

Stimuleren van ouders om aan hun eigen problematiek te werken

Bij deze ouders is het ook erg belangrijk dat zij gestimuleerd worden om aan hun eigen problematiek te werken om deze te verhelpen en/of te verminderen. Op deze wijze kan toegewerkt worden naar een betere gezinssituatie en een hoopvolle toekomst.

Artikel 14. Onvoorziene omstandigheden

Voor dit artikel is geen nadere uitleg nodig.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel

Voor dit artikel is geen nadere uitleg nodig.