Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Nieuw geplaatst tijdens projecten Uithoflijn, SUNIJ-lijn, NTR

Onderdeel van Tramseinreglement provincie Utrecht

Tijdens de bouwfase van deze projecten zijn een aantal nieuwe seinen geplaatst. Daarnaast zijn er enkele seinen die om onbekende reden niet eerder zijn opgenomen. Sein Afbeelding Omschrijving Betekenis Aandachtspunten Y1 Zie W1 Seinen W1 t/m W4 zijn gecombineerd in één lamp, in deze situatie is er voor elk aspect een eigen lamp Y2 Zie W2 Seinen W1 t/m W4 zijn gecombineerd in één lamp, in deze situatie is er voor elk aspect een eigen lamp Y3 Zie W3 Seinen W1 t/m W4 zijn gecombineerd in één lamp, in deze situatie is er voor elk aspect een eigen lamp Y4 Zie Z4 De behuizing is de vervanger van alle aspecten van seinen Z4, Z5 en Z6 Y5 Zie Z5 De behuizing is de vervanger van alle aspecten van seinen Z4, Z5 en Z6 Y6 a. Vast, zie Z6a De behuizing is de vervanger van alle aspecten van seinen Z4, Z5 en Z6 b. Knipperend, zie Z6b De behuizing is de vervanger van alle aspecten van seinen Z4, Z5 en Z6 Y7 Een knipperende gele driehoek. Indicatie voor de bus-/trambestuurder dat de Tramwaarschuwingslichten voor het overige verkeer zijn geactiveerd. Y8 Groen licht Spanningsindicatie werkplaats: voorbij dit punt geen spanning op de bovenleiding. Verboden te passeren met pantograaf omhoog. De keuze voor groen voor deze situatie: het is veilig om te werken, spanningsloos Y9 Rood licht Spanningsindicatie werkplaats: Voorbij dit punt wel spanning op de bovenleiding. Passeren met pantograaf omhoog is toegestaan Y10 Geen rijweg Een horizontale streep gevormd door blauw licht Indicatie deuren werkplaats: Stoppen vóór het sein Y11 Rijweg Een verticale streep, gevormd door blauw licht Indicatie deuren werkplaats: Voorbijrijden toegestaan met inachtneming van de plaatselijk geldende snelheid. Y12 Knipperende balk De oranje balk gaat knipperen zodra de tram nadert. Eerder opgenomen in de Bedieninstructie Infra, artikel 54, 73 en 75 Wit licht Na het indrukken van de haltevertrekknop door de trambestuurder verschijnt de witte lamp, die aangeeft dat het verderop liggende OVO het sein OV-1 zal tonen. Eerder opgenomen in de Bedieninstructie Infra, artikel 54, 73 en 75 Y13 Gecombineerd sein met aspecten voor een oranje balk en een OVO-sein. Bij het naderen van de tram wordt OV-5 getoond. Eerder opgenomen in de Bedieninstructie Infra, artikel 55, 56, 71, 72 en 74 Gecombineerd sein met aspecten voor een oranje balk en een OVO-sein. Na het indrukken van de halte-vertrekknop of bij nadering van de tram knippert de oranje balk die aangeeft dat de VRI de vertrekaanvraag voorbereidt. OV-1 wordt getoond zodra de tram mag oprijden. Eerder opgenomen in de Bedieninstructie Infra, artikel 55, 56, 71, 72 en 74 B10 Pantograaf neer Een ruitvormig blauw bord met een wit-zwarte rand en een horizontale witte balk. Dit bord markeert het punt waar de bestuurder de pantograaf ‘neer’ moet bedienen. B11 Einde looppad Een rechthoekig wit bord met een blauw golfpatroon Dit bord markeert het einde van het looppad en is laag geplaatst Geldt voor alle functionarissen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel