Naar hoofdinhoud
1.. Bij de vaststelling van de tegemoetkoming TONK wordt rekening gehouden met de aanwezige draagkracht in het inkomen en vermogen. 2.. Bij de draagkrachtberekening wordt uitgegaan van het inkomen, als bedoeld in artikel 10, inclusief vakantietoeslag in de peilmaand en het vermogen, als bedoeld in artikel 11. 3.. Voor de vaststelling van het inkomen worden alle inkomsten van de aanvrager en diens partner, als bedoeld in artikel 3 van de wet, op het moment van de peildatum bij elkaar geteld, voor zover die niet op grond van artikel 31 lid 2 van de wet buiten beschouwing worden gelaten. 4.. Indien de aanvrager meer inkomsten ontvangt dan de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt van het meer inkomen 100% in aanmerking genomen voor de draagkracht. 5.. Bij een negatief inkomen wordt het inkomen op nul gesteld. 6.. Bij de bepaling van de draagkracht wordt de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet buiten beschouwing gelaten. 7.. Voor de draagkrachtberekening wordt 100% van het vermogen, voor zover dit het bedrag van het bescheiden vermogen overschrijdt, meegenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel