Het is mogelijk dat een bewoner een beroep doet op verjaring wanneer hij/zij gemeentegrond al langere tijd in gebruik heeft, zonder dat hier afspraken over gemaakt zijn. Er moet dan wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan qua inrichting van de strook gemeentegrond. Om te kunnen spreken van inbezitname is het niet voldoende dat ‘enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen’ hebben plaatsgevonden. De feiten en omstandigheden moeten ondubbelzinnig wijzen op de pretentie van eigendom. Verjaring treedt pas op als diegene kan aantonen dat de situatie al minimaal 10 (te goeder trouw) respectievelijk 20 jaar duurt. De bewoner moet zelf voldoende bewijsmateriaal aan leveren als een beroep op verjaring wordt gedaan. Wanneer de gemeente het beroep op verjaring erkent, wordt dit in een notariële akte vastgelegd. Alle kosten die hiervoor worden gemaakt zijn voor rekening van de bewoner.
Indien een bewoner een beroep doet op verjaring en deze wordt afgewezen kan de bewoner de grond aankopen of vrijmaken. De grond kan echter enkel worden aangekocht tegen de dan geldende verkoopprijs. De projectprijs, zie paragraaf 5.1, is na het indienen van een verzoek tot verjaring niet meer geldig.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.5