In de groenstructuur gaat het om grote aaneengesloten groengebieden die door hun ligging (randzone om een wijk of juist als groene long in de wijk) van belang zijn voor de totale structuur in de wijk. Bijzondere bebouwingen als scholen en sportfaciliteiten zijn vaak in de gebieden gesitueerd. De inrichting van deze groengebieden is grootschalig. Vakken en beplantingssoorten zijn op deze maatvoering aangepast. Niet al het groen hoeft grote sierwaarde te hebben, belangrijk is vooral de groene uitstraling van deze gebieden. Daarnaast moet er voldoende ruimte zijn voor recreatie.
Hierbij gaat het in hoofdlijnen om wandelen, sporten en verblijven. Door de maatvoering van de groenstructuur is natuurontwikkeling goed mogelijk. De ruime opzet maakt het mogelijk om een goede natuurgetrouwe opbouw van de beplanting te realiseren waarmee de voorwaarden voor natuurontwikkeling zijn geschapen.
Bij vakken die aan voetpaden grenzen, moet langs de randen een aangepaste beplantingskeuze worden gemaakt om overhangende takken te voorkomen. Belangrijk hierbij is de maat van de beplanting en het verband waarin ze worden geplant. Er kan bijvoorbeeld voor gekozen worden om bij renovatie van vakken langs de rand van het vak een strook gazon of een kruidenzone aan te leggen. Overlast door overhangende takken wordt dan meteen tegengegaan. De entrees van grote groeneenheden krijgen door middel van een andere beplantingskeuze een hogere sierwaarde dan de rest van de groenstructuur. Door beplantingen met een opvallende bloeiwijze of vruchtdracht worden accenten gelegd.
Groenstructuur
Omschrijving
Beeld
Netjes, opgeruimd
Beeldkwaliteit
B-niveau
Kenmerk beheer
Matig intensief
Biodiversiteit
Belangrijk
Voorbeelden toe te passen beheergroepen
Bosplantsoen, heesters met solitairen, hagen, gazons en vaste planten langs doorgaande wegen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Groenstructuur
Onderdeel van Groenbeleidsplan 2014-2024 – module Inrichting