Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Overig groen (buurtgroen)

Onderdeel van Groenbeleidsplan 2014-2024 – module Inrichting

De maatvoering van het buurtgroen is kleinschaliger dan in de groenstructuur. Het groen is van belang voor de directe woonomgeving van één of meer straten. De beplanting zorgt voor de herkenbaarheid van de woonplek. Bij deze beplantingen is er een sterke relatie met de soortkeuze; herkenbare beplanting bepaalt mede de sfeer van de woonstraat. De maatvoering van de vakken is ook bij het buurtgroen een belangrijk onderdeel. Met de inrichting wordt gestreefd naar vakken met een zo groot mogelijke maatvoering. Grotere vakken zijn over het algemeen goed te onderhouden en hier kan eventueel ook forse beplanting worden toegepast. Vooral bij het buurtgroen is het belangrijk dat het groen een duidelijke functie heeft. Kleinere vakjes zijn vaak gevoelig voor vandalisme; een goed ontwikkelde en herkenbare beplanting kan dit deels tegengaan. Hoge sierwaarde van de beplanting is voor het buurtgroen geen vereiste. Het is vooral belangrijk dat de stenige omgeving wordt onderbroken en dat de beplanting geen overlast veroorzaakt. De sortimentskeuze voor de beplantingen wordt bepaald door het benodigde onderhoud. In het buurtgroen mogen geen soorten voorkomen die een intensief beheer nodig hebben (bijvoorbeeld rozenvakken of wisselperken). Buurtgroen Omschrijving Beeld Netjes, opgeruimd Beeldkwaliteit B-niveau Kenmerk beheer Matig intensief, overlast voorkomen Biodiversiteit Belangrijk Voorbeelden toe te passen beheergroepen Bosplantsoen, vaste planten, lage of bodembedekkende heesters met solitairen, gazons en hagen.

Rechtspraak bij dit artikel