**1..** De uitkeringsgerechtigde die arbeid verricht in deeltijd waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde bijstandsnorm komt in aanmerking voor vrijlating van inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder n en onder r van de Participatiewet en als bedoeld in artikel 8 lid 2 en lid 5 van de Ioaw en in artikel 8 lid 3 en lid 9 van de Ioaz, tenzij het College vaststelt dat de inkomsten onvoldoende bijdragen aan de arbeidsinschakeling.
**2..** De inkomstenvrijlatingen worden éénmaal per uitkeringsperiode toegekend. Als dezelfde uitkeringsperiode wordt aangemerkt:
de periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking die korter is dan 30 dagen wordt voortgezet;
de situatie waarin de uitkering wordt hersteld, na een onderbreking wegens verblijf in detentie, verblijf in het buitenland of verblijf in een inrichting, ongeacht de duur van de onderbreking;
de situatie waarin sprake is van aaneengesloten voortzetting van een uitkering die in een andere gemeente werd verstrekt;
de situatie waarin na wijziging van bijvoorbeeld woon- of gezinssituatie de uitkering naar een andere norm wordt voortgezet.
**3..** De zes maanden waarin de algemene inkomstenvrijlating wordt toegepast liggen binnen een periode van maximaal 24 aaneengesloten maanden.
**4..** Indien een nieuwe uitkeringsperiode minder dan zes maanden na de ingangsdatum van de inkomstenvrijlating aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op de inkomstenvrijlating.
**5..** Indien een nieuwe uitkeringsperiode minder dan 30 maanden na de ingangsdatum van de inkomstenvrijlating alleenstaande ouder aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op inkomstenvrijlating alleenstaande ouder.
**6..** Geen recht op inkomstenvrijlating bestaat voor:
inkomsten die voortvloeien uit illegale activiteiten;
inkomsten waarvan geen of geen volledige opgave is gedaan waardoor er sprake is geweest van een schending van de inlichtingenplicht.
**7..** Als inkomsten uit arbeid worden mede aangemerkt:
doorbetaling van loon door de werkgever tijdens ziekte;
een uitkering op grond van de Wet Arbeid en Zorg of de Ziektewet in verband me ziekte als gevolg van zwangerschap en bevalling;