1.. Een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van beschermde houtopstand(en) wordt geweigerd indien het belang voor de verlening daarvan niet opweegt tegen het belang van behoud van de houtopstand. De beoordeling van deze belangen vindt plaats aan de hand van de volgende criteria:

  • - Voor wat betreft de boomsoort;
    • - duurzaamheid van de boom
    • - boomgrootte
    • - herkomst van de boom
    • - dendrologische waarde van de boom
  • - Stamdiameter van de houtopstand, zoals bedoeld in artikel 4:10 sub g;
  • - Levensverwachting van de houtopstand;
  • - Groeivorm van de houtopstand;
  • - Ruimtelijke betekenis van de houtopstand;
  • - Cultuurhistorische betekenis van de houtopstand.

2.. Een omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde houtopstanden wordt door het bevoegd gezag verleend, indien:

3.. Het college van burgemeester en wethouders stelt ter uitwerking van de in de voorgaande leden genoemde criteria beleidsregels voor waardevolle houtopstanden vast.

4.. Het bevoegd gezag verwijst in haar motivering bij een besluit op aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 4:11 lid 1, naar de beleidsregels waardevolle houtopstanden zoals bedoeld in het voorgaande lid.