Naar hoofdinhoud
1.. Iedere fractie heeft recht op vijf commissieleden. 2.. Een commissielid wordt op voordracht van een fractie door de gemeenteraad benoemd of ontslagen. De fractievoorzitter richt de voordracht aan de voorzitter via de griffier. 3.. Bij benoeming van een nieuw commissielid stelt de raad een commissie geloofsbrieven in bestaande uit drie leden van de raad, van wie een als voorzitter wordt aangewezen door de voorzitter van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven. 4.. De voorzitter van de commissie brengt na het onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt; de raad beraadslaagt over het verslag van de commissie. 5.. Na een positieve beslissing van de gemeenteraad wordt het commissielid uitgenodigd om uit handen van de voorzitter de eed of belofte af te leggen tijdens een raadsvergadering. De voorgedragen persoon dient te voldoen aan de in artikel 10,12,13 en 15 van de Gemeentewet gestelde eisen voor het bekleden van het raadslidmaatschap. Ook ondertekent hij een verklaring, inhoudende dat hij zich tot geheimhouding verplicht voor zover deze verplichting ook voor de raadsleden geldt, en dat hij ten aanzien van de hem ter beschikking gestelde stukken dezelfde zorgvuldigheid betracht als van de raadsleden wordt verwacht. 6.. Een krachtens dit artikel benoemd commissielid heeft in de commissie dezelfde rechten als een raadslid. In de raadsvergadering heeft het commissielid geen rol, een commissielid mag niet deelnemen aan de raadsvergadering. Schriftelijke of mondelinge vragen of inlichtingen mogen niet door een commissielid gesteld worden, dat moet via een gekozen raadslid gedaan worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel