Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 21 of 22 van de Huisvestingswet 2014, artikel 2 van deze verordening of het handelen in strijd met de eisen en voorwaarden, bedoeld in de artikelen 5, 6 (leefbaarheidseisen) en 8 (voorwaarden vergunning) van de verordening, kan worden beboet met een bestuurlijke boete.
Het college legt een boete op:
voor de eerste overtreding van de artikelen genoemd in eerste lid overeenkomstig kolom A van onderstaande tabel;
voor de tweede en volgende overtreding van de artikelen, genoemd in het eerste lid binnen drie jaar na de eerste overtreding overeenkomstig kolom B van onderstaande tabel.
Kolom A
Kolom B
Boete 1e overtreding
Boete 2e en volgende overtreding
Omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte (artikel 3, sub b) bij niet bedrijfsmatige exploitatie
€ 7.500,-
€ 10.000,-
Omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte (artikel 3, sub b) bij bedrijfsmatige exploitatie
€ 15.000,-
€ 20.500,-
Onttrekken van woonruimte (artikel 3, sub a) bij niet bedrijfs-matige exploitatie
€ 7.500,-
€ 10.000,-
Onttrekken van woonruimte (artikel 3, sub a) bij bedrijfsmatige exploitatie
€15.000,-
€ 20.500,-
Splitsing van woonruimte (artikel 3, sub c) bij niet bedrijfsmatige exploitatie
€ 7.500,-
€ 10.000,-
Splitsing van woonruimte (artikel 3, sub c) bij bedrijfsmatige exploitatie
€ 15.000,-
€ 20.500,-
Niet tijdig revisie omzettingsvergunning aanvragen (artikel 8, lid 2)
€ 3.000,-
€ 6.000,-