Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 5

Weigeringsgronden

Onderdeel van Huisvestingsverordening Vlissingen 2021

Een vergunning als bedoeld in artikel 4 wordt geweigerd, indien: naar het oordeel van burgemeester en wethouders het te dienen algemene belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op de samenstelling van de woonruimtevoorraad of het belang van een geordend woon- en leefmilieu en van de leefbaarheid groter is dan het met de onttrekking, omzetting of woningvorming gediende individuele belang van aanvrager; het onder a benoemde algemene belang niet, of in onvoldoende mate, kan worden veiliggesteld door het stellen van voorwaarden aan de vergunning; bij een aanvraag tot omzetting in onzelfstandige woonruimte als gevolg van de gevraagde vergunning: een zelfstandige woonruimte direct aansluitend komt te liggen tussen panden met een onzelfstandige woonruimte; meer dan 5% van de tot bewoning bestemde panden in een gebied/straat met dezelfde postcode wordt gebruikt voor huisvesting in onzelfstandige woonruimte; als dezelfde postcode wordt gehanteerd de code met 4 cijfers en 2 letters; niet wordt voldaan aan de leefbaarheidseisen- en maatregelen als bedoeld in artikel 6, daaronder begrepen de eisen en maatregelen, voorgeschreven in de op grond van artikel 6 door burgemeester en wethouders vastgestelde ‘ Beleidsnotitie en beleidsregels omzetten en splitsen zelfstandige woonruimte’; de aanvrager de verschuldigde financiële compensatie voor bovenwijkse voorzieningen, onmiddellijk voorafgaand aan de definitieve vergunningverlening op schriftelijk aangeven van de gemeente, zoals voorgeschreven in artikel 7, niet, of niet tijdig, heeft voldaan; bij een aanvraag tot onttrekking aan de bewoning: de woonruimte is gelegen buiten de gebieden 1 en 2, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende tekening (bijlage 1); indien de woonruimte is gelegen binnen het gebied 1, zoals dat is aangegeven op de bij deze verordening behorende tekening (bijlage 1) en als gevolg van de gevraagde vergunning een tot bewoning bestemd pand direct aansluitend komt te liggen tussen niet-permanent bewoonde panden; indien de woonruimte is gelegen binnen het gebied 1, zoals dat is aangegeven op de bij deze verordening behorende tekening (bijlage 1) en als gevolg van de gevraagde vergunning meer dan 25% van de tot bewoning bestemde panden in de straat niet meer behoort tot de permanent bewoonde panden, met dien verstande, dat binnen de in dit gebied 1 gelegen woningcomplexen ten hoogste 50% van de in die complexen bestaande woonruimten (appartementen) aan de bestemming tot bewoning mogen worden onttrokken; indien de woonruimte onderdeel uitmaakt van een woningcomplex, gelegen binnen het gebied 2, zoals dat is aangegeven op de bij deze verordening behorende tekening (bijlage 1) en als gevolg van de gevraagde vergunning minder dan 50% van de tot bewoning bestemde woonruimten (appartementen) niet meer behoort tot de permanent bewoonde woonruimten (appartementen), met dien verstande, dat binnen de in dit gebied 2 gelegen straten ten hoogste 25% van de tot bewoning bestemde panden, geen deel uitmakend van een woningcomplex, aan de bestemming tot bewoning mogen worden onttrokken; indien de gevraagde onttrekking bedoeld is voor short stay, airbnb, verhuur ten behoeve van recreatief nachtverblijf of verhuur ten behoeve van bedrijfsdoeleinden; vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening. Een vergunning als bedoeld in artikel 4 kan tevens worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; voordat hieraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingendoor het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van die wet om een advies als bedoeld in artikel 9 van dezelfde wet worden gevraagd. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders aan de eigenaar van een woonruimte een specifieke vergunning tot onttrekking aan de bewoning verlenen voor de tijdelijke huisvesting van een expatriate of inleenkracht, mits voldaan worden aan de volgende voorwaarden: uit een bij de aanvraag te overleggen werkgeversverklaring moet komen vast te staan, dat, in het geval de aanvraag de tijdelijke huisvesting van een expatriate betreft, deze voor een bepaalde termijn voor tijdelijk te verrichten werkzaamheden naar Nederland is uitgezonden; uit een bij de aanvraag te overleggen werkgeversverklaring moet komen vast te staan, dat, in het geval de aanvraag de tijdelijke huisvesting van een inleenkracht betreft, deze voor een bepaalde termijn voor tijdelijk te verrichten werkzaamheden is ingeleend; de eigenaar, bij indiening van de aanvraag, een schriftelijke verklaring overlegt, dat na afloop van de termijn voor de tijdelijk te verrichten werkzaamheden, de woonruimte voor permanente bewoning zal worden aangewend, behoudens verlenging voor dezelfde persoon, eveneens blijkend uit een werkgeversverklaring; deze voorwaarde zal aan de vergunning worden verbonden; in de woonruimte mogen ten hoogste twee expatriates of inleenkrachten worden gehuisvest. Burgemeester en wethouder weigeren de vergunning als bedoeld in lid 2, indien niet voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na voorafgaande raadpleging van de gemeenteraad, het gebied, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende tekening (bijlage 1), te wijzigen of aan te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel