De toets aan leefbaarheid heeft betrekking op:
de fysieke leefbaarheidseisen:
de aanwezigheid van een gemeenschappelijke woon-, leef- of verblijfsruimte ingeval van omzetting;
de gebruiksoppervlakte van de woonruimte;
normen voor geluidsisolatie;
inpandige berging en stallingsruimte voor fietsen;
andere fysieke aspecten, die de leefbaarheid negatief beïnvloeden;
de vraag of een inbreuk op of aantasting van een geordend woon- en leefmilieu en de leefbaarheid in de omgeving van het pand, waarop de aanvraag betrekking heeft, redelijkerwijs valt te verwachten.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd:
een beleidsnotitie en beleidsregels op te stellen, te wijzigen of aan te vullen ten aanzien van de leefbaarheidstoets als bedoeld in lid 1;
een gebied, wijk of straat aan te wijzen, waar het met het oog op een geordend woon- en leefmilieu ongewenst is, dat er sprake is van meer zelfstandige of onzelfstandige woonruimten;
voor een gebied, wijk of straat een quotum vast te stellen voor het aantal te verlenen vergunningen per kalenderjaar.