Overwegende dat:
- - op 9 januari 2021 de noodwet Wet tijdelijke maatregelen COVID-19 van kracht is geworden;
- - de Wet publieke gezondheid als gevolg hiervan is gewijzigd;
- - een tijdelijk mandaat van de burgemeester aan de directeur publieke gezondheid van GGD Hart voor Brabant noodzakelijk is om bevelen te kunnen geven die nodig zijn voor de beëindiging van een gedraging of activiteit in of vanuit een kindcentrum om verspreiding van het COVID-19 virus te voorkomen;
- - de directeur publieke gezondheid hiertoe gemandateerd dient te worden.
BESLUIT:
- - de directeur publieke gezondheid van GGD Hart voor Brabant mandaat te verlenen om de bevelen te geven die nodig zijn voor de beëindiging van een gedraging of activiteit in of vanuit een kindcentrum om verspreiding van het COVID-19 virus te voorkomen.
- - de directeur publieke gezondheid van GGD Hart voor Brabant toe te staan ondermandaat te verlenen aan één of meerdere medewerkers van GGD Hart voor Brabant;
- - dit tijdelijk mandaat blijft gelden zolang de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 in werking blijft.
Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking conform de bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht.