Basis in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Leidschendam – Voorburg (artikel 22):
“In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college”.
Beleidsregel:
Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door (agressief) gedrag of om andere redenen de orde in de bus verstoort of de veiligheid van de bus en inzittenden in gevaar brengt. Dit gedrag is dan niet te wijten aan de beperking van het kind. De ontzegging mag er niet toe leiden dat het kind geen onderwijs meer volgt. Samen met de ouders/verzorgers wordt in deze situatie gezocht naar een passende oplossing om onderwijs te blijven volgen en vervoer naar school mogelijk te maken.
Afhankelijk van de ernst van de gedragingen van de leerling en de omstandigheden kan van onderstaand protocol worden afgeweken.
Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost.
Na melding van een klacht door de vervoerder bij de door de gemeente Leidschendam – Voorburg aangewezen coördinator van leerlingenvervoer, wordt een onderzoek gestart. In het kader van dat onderzoek wordt gesproken met: de vervoerder, chauffeur, ouders/verzorgers en/of school. Als uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van verwijtbaar gedrag van de leerling volgt een afsprakenbrief aan ouders/verzorgers.
Bij een volgende klacht, over hetzelfde kind, wordt stap 2 herhaald en volgt een 1e waarschuwingsbrief. Het college zorgt in deze fase voor een extra zitplaats in de taxi om begeleiding van de leerling door één van de ouders mogelijk te maken. Gaat een begeleider mee, anders dan de ouder of verzorger en hier kosten aan verbonden zijn, zijn de kosten voor de ouder/verzorger.
Bij een volgende klacht, over hetzelfde kind, organiseert het college een gesprek met ouders/verzorgers en/of school en/of vervoerder. Indien ouders hieraan niet willen meewerken, ofwel er gegronde redenen zijn om de leerling tijdelijk van vervoer uit te sluiten kan een schorsing per direct volgen voor een periode van één volle schoolweek. Een 2e waarschuwingsbrief volgt aan ouders/verzorgers.
Bij een volgende klacht, over hetzelfde kind, volgt met een 3e brief totale uitsluiting van het vervoer tot het eind van het schooljaar met een minimum van drie maanden exclusief vakanties (schorsing aan het eind van het schooljaar kan dus doorlopen in het nieuwe schooljaar).
Indien ouders na schorsing opnieuw gebruik willen maken van het leerlingenvervoer dan moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.
Artikel 12:
Ontzegging van de toegang tot het vervoer
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Leidschendam–Voorburg 2015